De nieuwe regels voor de loonheffingen vanaf 1 januari 2024

De Belastingdienst heeft informatie gepubliceerd over de nieuwe regels vanaf 1 januari 2024 voor het inhouden en betalen van de loonheffingen. Wat gaat er veranderen?

De nieuwe regels voor de loonheffingen vanaf 1 januari 2024

De Belastingdienst publiceert naar verwachting in februari 2024 het ‘Handboek Loonheffingen 2024’. Ze verwerkt daarin alle onderstaande informatie.

Verhoging bedragen vrijwilligersregeling

Het wettelijke maximumbedrag voor toepassing van de vrijwilligersregeling is vanaf 2024 € 210 per maand en € 2.100 per jaar. Er kan sprake zijn van een vrijwilligersvergoeding als je binnen deze maximumbedragen blijft. En als de vrijwilliger de werkzaamheden niet ‘bij wijze van beroep’ verricht. Betaal je (omgerekend) een maximum uurvergoeding van € 5,50, dan is sprake van een niet-marktconforme beloning en gaat de Belastingdienst ervan uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht. Voor een vrijwilliger jonger dan 21 jaar geldt hiervoor vanaf 2024 een maximum uurvergoeding van € 3,25.

Informatie over de vrijwilligersregeling vind je in paragraaf 18.20 van het Handboek Loonheffingen.

Verhoging gerichte vrijstelling kilometervergoeding

De gerichte vrijstelling voor reiskosten bedraagt per 1 januari 2024 € 0,23 per kilometer.

Verruiming vrijstelling ov-abonnementen en voordeelurenkaarten

Je kunt een ov-abonnement of voordeelurenkaart (hierna: ov-kaart) aan je werknemer ter beschikking stellen, verstrekken of de kosten daarvan vergoeden. Tot en met 2023 geldt daarbij het volgende:

  1. Bij het ter beschikking stellen geldt een nihilwaardering als de werknemer de ov-kaart (ook) gebruikt voor zakelijke reizen, waaronder woon-werkverkeer. De mate van het privégebruik is daarbij niet van belang. Het privégebruik is niet belast.
  2. Bij het verstrekken of vergoeden geldt dat de waarde van de verstrekking of de vergoeding belast is, voorzover de verstrekking of de vergoeding uitgaat boven het zakelijk gebruik. Het meerdere is loon voor de werknemer. Je kunt dit loon ook aanwijzen als eindheffingsloon als aan de gebruikelijkheidstoets is voldaan.

Vanaf 1 januari 2024 is er geen onderscheid meer tussen het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van een ov-kaart. Vanaf 2024 geldt dat, als de werknemer de ov-kaart (ook) gebruikt voor zakelijke reizen (waaronder woon-werkverkeer), de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling van een ov-kaart gericht is vrijgesteld. De mate van het privégebruik is vervolgens niet van belang en het privégebruik is niet belast.

Alleenstaande-ouderenkorting niet meer uitsluitend via de SVB

Voor een werknemer/uitkeringsgerechtigde die aan de voorwaarden daarvoor voldoet, hoort tot het bedrag van de loonheffingskorting ook de alleenstaande-ouderenkorting. Tot en met 2023 kon alleen de Sociale Verzekeringsbank (SVB) de alleenstaande-ouderenkorting toepassen. Vanaf 2024 kan elke uitkeringsinstantie of werkgever deze heffingskorting toepassen.

De alleenstaande-ouderenkorting is een heffingskorting voor een werknemer/uitkeringsgerechtigde die:

  1. voor het hele kalenderjaar of een deel daarvan een AOW-uitkering voor een alleenstaande heeft of daar recht op heeft.
  2. in het kalenderjaar geen of een gedeeltelijke AOW-uitkering voor een alleenstaande heeft omdat hij vóór de AOW-leeftijd in het buitenland woonde of omdat hij vanwege geloofsovertuiging gemoedsbezwaard is en daarom geen (volledige) AOW-uitkering heeft opgebouwd.
  3. een AOW-uitkering voor gehuwden krijgt, maar niet meer samenwoont omdat de partner bijvoorbeeld in een verzorgingstehuis woont.

De werknemer/uitkeringsgerechtigde kan er vanaf 2024 voor kiezen om de loonheffingskorting niet door de SVB te laten toepassen. Als hij ervoor kiest om de loonheffingskorting bij jou te laten toepassen, dan kun je vanaf 2024 ook de alleenstaande-ouderenkorting verrekenen. De werknemer/uitkeringsgerechtigde moet de keuze daarvoor schriftelijk aan je kenbaar maken, bijvoorbeeld met het model ‘Opgaaf gegevens voor de loonheffingen’.

Wijziging van de loonbelastingtabellen

Alle loonbelastingtabellen kennen vanaf 2024 een extra kolom voor inhouding van loonbelasting/premie volksverzekeringen mét verrekening van de alleenstaande-ouderenkorting. Daarbij hoort ook een extra kolom voor het bedrag van de verrekende arbeidskorting.

Wijziging van het model ‘Opgaaf gegevens voor de loonheffingen’

Aan het model ‘Opgaaf gegevens voor de loonheffingen’ heeft de Belastingdienst vanaf 2024 een extra vraag toegevoegd: ‘Wilt u dat deze werkgever of uitkeringsinstantie ook de alleenstaande-ouderenkorting toepast?’ Die vraag kan de werknemer/uitkeringsgerechtigde beantwoorden met Ja of Nee. In het model heeft de Belastingdienst een toelichting hierover opgenomen. Het model is vanaf half december beschikbaar op belastingdienst.nl.

De ‘Ja’ geldt vanaf het eerstvolgende inhoudingsmoment. Voorwaarde is wel dat de werknemer/ uitkeringsgerechtigde op dat inhoudingsmoment de AOW-leeftijd heeft of die leeftijd in diezelfde kalendermaand bereikt.

Wijziging van het model ‘Loonstaat’

Het model van de loonstaat breidt de Belastingdienst voor 2024 uit met een extra selectievakje: als je de alleenstaande-ouderenkorting toepast, teken je dat op de loonstaat aan. Het model is vanaf half december beschikbaar op belastingdienst.nl.

Wijziging van het model ‘Loonstaat’

Tot en met 2023 is een van de voorwaarden voor het recht op het lage-inkomensvoordeel (LIV) dat het gemiddeld uurloon van een werknemer over een kalenderjaar minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon (WML) bedraagt. De bovengrens van 125% van het WML wordt per 1 januari 2024 verlaagd naar 104% van het WML. Deze verlaging hangt onder meer samen met de wijziging van het WML per 2024, zie punt 11. Per 1 januari 2024 is het minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar en ouder € 13,27 per uur.

De absolute bedragen van de uurloongrenzen voor het LIV per 1 januari 2024 zijn nog niet bekendgemaakt.

Meer informatie over het LIV vind je in paragraaf 27.2 van het Handboek Loonheffingen.

Aanpassing vrije ruimte werkkostenregeling

Per 2024 vervalt de tijdelijke verhoging van de vrije ruimte. Vanaf 2024 bedraagt de vrije ruimte:

  • voor een loonsom tot en met € 400.000: 1,92%
  • voor zover de loonsom meer is dan € 400.000: 1,18%

Jeugd-LIV vervalt per 2024

Het jeugd-LIV wordt afgeschaft per 1 januari 2024. In 2024 vindt nog wel de betaling plaats van het jeugd-LIV over de verloonde uren in 2023.

Meer informatie over het jeugd-LIV vind je in paragraaf 27.3 van het Handboek Loonheffingen.

Verhoging terugkeerpremie bij terugkeer eigenrisicodrager naar publieke bestel

Eindigt jouw eigenrisicodragerschap voor de Ziektewet (ZW), waarna je terugkeert naar de publieke verzekering bij UWV? Dan betaal je vanaf dat moment weer aan ons de ZW-component van de premie voor de Werkhervattingskas (Whk-premie). Voor kleine werkgevers verandert er niets. Middelgrote en grote werkgevers kunnen te maken krijgen met de zogenoemde terugkeerpremie. De terugkeerpremie bedraagt in 2023 de helft van de sectorale premie. Vanaf 1 januari 2024 wordt de terugkeerpremie verhoogd naar de volledige sectorale premie.

Zie ook Let op 5 in paragraaf 7.8.2 van het Handboek Loonheffingen.

Vastlegging regels over gebruik van inkomstenverhoudingen

Het begrip ‘inkomstenverhouding’ is een administratief begrip in de aangifte loonheffingen. De regels voor het gebruik van inkomstenverhoudingen staan in het Handboek Loonheffingen, paragraaf 3.4 en in de Gegevensspecificaties aangifte loonheffingen. Deze documenten hebben niet dezelfde status als wet- en regelgeving. De regels voor het gebruik van inkomstenverhoudingen worden vastgelegd in het besluit IKV. Vooruitlopend op de inwerkingtreding van het besluit IKV worden in de Regeling gegevensuitvraag loonaangifte de regels voor het gebruik van inkomstenverhoudingen vastgesteld.

Meer over het Besluit IKV en de inwerkingtreding daarvan vind je op rijksoverheid.nl.

Wijzigingen in de aangifte loonheffingen

Er zijn twee wijzigingen in het aanleveren van gegevens met de aangifte loonheffingen per 2024.

Vervallen van rubriek ‘Indicatie vakantiebonnen toegepast’

De rubriek ‘Indicatie vakantiebonnen toegepast’ vervalt. Vakantiebonnen kwamen in de praktijk al niet meer voor. Je gebruikte de rubriek tot en met 2023 alleen nog in situaties waarin sprake was van een tijdspaarfonds. In verband daarmee heeft de Belastingdienst een nieuwe uitvraag toegevoegd, zie punt 10.2.

Toevoegen van rubriek ‘Indicatie deelname tijdspaarfonds’

Met een ‘tijdspaarfonds’ bedoelt de Belastingdienst een afspraak tussen werkgever en werknemer, waarbij de werknemer een zelfstandig recht heeft op vakantiebijslag en op loon tijdens vakantie, verlof en verzuimdagen, tegenover een tijdspaarfonds dat de bedrijfsorganisatie heeft ingesteld. In de CAO Bouw & Infra is sprake van zo’n tijdspaarfonds.

CAO of andere collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, mét zo’n tijdspaarfonds

Je moet deze indicatie voor alle inkomstenverhoudingen met Code soort inkomstenverhouding 11, 13, 15 en 17 verplicht aanleveren met een ‘J’ als sprake is van een CAO of andere collectieve arbeidsvoorwaarden- regeling met zo’n tijdspaarfonds.

Geen CAO of andere collectieve arbeidsvoorwaardenregeling

Als geen sprake is van een CAO of andere collectieve arbeidsvoorwaardenregeling die voorziet in een tijdspaarfonds, lever je voor jouw werknemers niets aan of je levert de indicatie ‘N’ aan. UWV heeft deze informatie nodig voor de beoordeling van uitkeringsrechten.

Voor meer informatie over een tijdspaarfonds, zie Handboek Loonheffingen, paragraaf 5.1, onderdeel “VCR‐notitie §8.11”, paragraaf 21.2.2 en de “Bijlage Tijdspaarfonds”.

Minimumuurloon voor alle werknemers

Vanaf 1 januari 2024 geldt er een wettelijk minimumuurloon dat het wettelijk minimumloon per maand-, week- en dag vervangt. Voor werknemers jonger dan 21 jaar gelden wettelijke minimumjeugduurlonen. Bij een overeengekomen maand-, week- of dagloon is het uurloon vanaf 2024 niet meer afhankelijk van het aantal contracturen per week. Voor de bedragen van de minimumuurlonen: zie de cijferbijlage.

Overige informatie

Naast informatie over 2024 geeft de Belastingdienst jou ook informatie die niet specifiek voor of vanaf 2024 geldt. Deze informatie wordt verwerkt in het Handboek Loonheffingen 2024.

Wet toekomst pensioenen (WTP)

Op 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen (WTP) in werking getreden. Vanaf die datum kennen we een nieuw pensioenstelsel. Heb je een pensioenregeling voor uw werknemers? En voldoet die nog niet aan de regels van dit nieuwe stelsel? Dan moet je ervoor zorgen dat je uiterlijk 1 januari 2027 jouw pensioenregeling hebt aangepast aan dit nieuwe stelsel. Voor meer informatie over het nieuwe pensioenstelsel kun je terecht op pensioenduidelijkheid.nl en werkenaanonspensioen.nl.

Uitbetaalde bedragen aan derden opgeven

Als je in 2023 bedragen hebt uitbetaald aan ‘derden’ dan moet je gegevens over die bedragen vóór 1 februari 2024 aan de Belastingdienst doorgeven. Je bent verplicht dit te doen omdat je ook aangiften loonheffingen moet doen. Je krijgt voor dat aanleveren géén aparte uitnodiging meer.

Een ‘derde’ is iemand die niet bij jou in echte of fictieve dienstbetrekking is. Je vermeldt deze persoon dus niet in je aangifte loonheffingen. Verder factureert deze persoon niet aan jou, of stuurt jou een factuur zonder btw. ‘Zonder btw’ betekent dat op de factuur 0% btw, €0 btw of helemaal geen btw staat. Bijvoorbeeld omdat sprake is van vrijgestelde prestaties, of omdat deze persoon gebruikmaakt van de kleineondernemersregeling of de verleggingsregeling.

Je moet de volgende gegevens aanleveren:

  1. het bedrag dat je hebt uitbetaald (of de waarde in het economisch verkeer van de beloning in natura)
  2. de datum waarop je hebt uitbetaald
  3. een aantal gegevens van de persoon aan wie je hebt uitbetaald:
    – burgerservicenummer (bsn)
    – naam
    – adres
    – geboortedatum

Heb je die laatste 4 gegevens nog niet? Vraag deze dan alsnog op.

Op belastingdienst.nl/ubd vind je meer informatie. Bijvoorbeeld over hoe je de gegevens over uitbetaalde bedragen aan de Belastingdienst aanlevert.

Download de tarieven, bedragen en percentages loonheffingen vanaf 1 januari 2024