Invaren en compensatie, zorg ervoor dat je de boot niet mist

Stan Rethans is voorzitter van de Kennisgroep cao van de Belastingdienst. Hij deelt in zijn columns wat hem in de praktijk opvalt. Dit keer over het invaren van pensioenregelingen. Rethans schrijft zijn columns op persoonlijke titel.

Invaren en compensatie, zorg ervoor dat je de boot niet mist
Beeld: Shutterstock

De term 'invaren' heeft iets luchtigs, iets verkoelends, iets met watersport in de zomer ofzo. Maar niets is minder waar. Deze term houdt verband met de Wet toekomst pensioenen (Wtp) die op 1 juli 2023 is ingegaan. Vóór 1 januari 2028 moeten alle pensioenregelingen zijn omgezet naar de systematiek van de Wtp.

In deze transitieperiode kunnen pensioenfondsen invaren: een collectieve waardeoverdracht van het pensioenkapitaal van het oude naar het nieuwe stelsel bij dezelfde pensioenuitvoerder. Het is niet verplicht, maar wel de standaardroute: 9 van de 10 pensioenfondsen doen dit, zeker alle bedrijfstakpensioenfondsen. Er blijven nog steeds eindloon- en middelloonregelingen bestaan die worden uitgevoerd door een verzekeraar. Die hoeven niet in te varen.

Vlakke premie voor alle deelnemers

Wat houdt deze overdracht naar het nieuwe systeem eigenlijk in?

De Wtp verplicht pensioenfondsen om pensioenregelingen te baseren op een premieregeling met in beginsel een vlakke premie voor alle deelnemers, ongeacht hun leeftijd. Dat betekent nogal wat.

Veel pensioenfondsen zijn momenteel gebaseerd op een middelloonregeling. Daarbij zie je als deelnemer in je jaarlijks pensioenoverzicht dat je recht hebt op een bepaalde gegarandeerde maandelijkse pensioenuitkering.

Maar die systematiek wijzigt met ingang van 1 januari 2028. Vanaf die uiterste datum worden jouw pensioenrechten als deelnemer omgezet naar een persoonlijk pensioenvermogen (pensioenpotje). Met dat pensioenpotje gaat de pensioenuitvoerder naar de beurs om te beleggen. Het resultaat daarvan betekent dat de daadwerkelijke pensioenuitkering kan fluctueren en niet meer vooraf vaststaat.

Op 1 januari 2026 zijn al 30 pensioenfondsen ingevaren, met een belegd vermogen van ongeveer 530 miljard.

Mogelijke financiële compensatie voor jongere deelnemers

Een veelbesproken onderdeel van deze stelselwijziging is de mogelijke financiële compensatie voor deelnemers. Over de betekenis daarvan bestaat vaak verwarring.

Laten we de pensioenregeling van pensioenfonds ABP als voorbeeld nemen. Het ABP kent een doorsneesystematiek. Dat betekent dat deelnemers met hetzelfde salaris dezelfde pensioenpremie betalen, ongeacht hun leeftijd. Iemand van 28 jaar met een jaarsalaris van € 80.000 betaalt dus dezelfde premie als iemand van 49 jaar met datzelfde salaris.

Dat is actuarieel wat merkwaardig, want het ingelegde vermogen van een jongere werknemer kan meer jaren renderen dan het ingelegde vermogen van een oudere werknemer. In feite zou een jongere werknemer minder hoeven inleggen om hetzelfde eindresultaat te bereiken.

Als je als deelnemer jong bent begonnen, betaal je op deze manier dus jaren mee aan de relatief gunstige pensioenopbouw van oudere werknemers. Dat aspect wijzigt in het nieuwe systeem van de Wtp. En dat betekent dat jongere deelnemers die al een aantal jaren hebben bijgedragen aan de pensioenopbouw van de ouderen, een nadeel gaan ondervinden. Want die 'leeftijdsafhankelijke subsidie' uit de doorsneesystematiek (opgebracht door de jongere werknemers) vindt dan niet meer plaats. Zij missen dus toekomstig rendement. Daarvoor bestaat een compensatieregeling.

Waarschijnlijk compensatie tot de leeftijd van 51 jaar

Tot een leeftijd van ongeveer 51 jaar neemt het nadeel van de overgang naar het nieuwe systeem toe. Daarna neemt dit weer af. De oudere werknemer heeft minder jaren om nog te renderen, maar heeft al langer geprofiteerd van de bijdrage van jongere deelnemers.

De berekening van de compensatie die je als deelnemer ontvangt, verloopt dus via een parabool. Per leeftijdscohort wordt bepaald hoeveel recht op compensatie bestaat. Een absolute voorwaarde voor de toekenning van compensatie, is dat het moet gaan om actieve deelnemers. Ben je al met pensioen of inmiddels uit dienst, dan heb je geen actieve pensioenopbouw en geen recht op compensatie.

Opletten bij veranderingen rond datum invaren

Als werknemer en dus deelnemer aan een pensioenregeling moet je heel goed opletten bij een baanwissel. Er zijn al Kamervragen gesteld over de situatie dat iemand overstapt van een academisch ziekenhuis (ABP-pensioen) naar een regionaal ziekenhuis (PFZW-pensioen). Het ABP is nog niet over naar het nieuwe stelsel, het PFZW wel. Daardoor mist zo iemand de compensatie bij beide fondsen.

Daarnaast is het onverstandig om kort voor het moment van invaren van de eigen pensioenregeling minder te gaan werken. Dat werkt namelijk door in de hoogte van de compensatie. Als je overweegt om dat te doen en jouw pensioenfonds vaart per 1 januari 2027 in, verlaag dan je arbeidsuren per 2 januari.

Je moet deelnemer zijn op het moment van invaren om de compensatie te ontvangen. Daarom is ontslag nemen per 31 december van het jaar voor invaren heel spijtig, omdat je ook dan de compensatie niet ontvangt.

Vrijwillige voortzetting van pensioenopbouw niet altijd gunstig

Vrijwel alle pensioenfondsen bieden de mogelijkheid tot vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw. Dat kan een uitkomst bieden voor werknemers van wie de dienstbetrekking net voor het moment van invaren eindigt en daardoor de compensatie missen. Of iemand daardoor ook recht houdt op compensatie, hangt af van het pensioenreglement en de compensatieregeling van het fonds. Dat vergt dus maatwerk.

Daarbij is vrijwillige voortzetting financieel niet altijd aantrekkelijk. Als deelnemer moet je dan namelijk zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel van de pensioenpremie zelf betalen. Een oudere werknemer moet dan mogelijk veel meer premie betalen dan dat deze aan compensatie in de pensioenregeling ontvangt.

De begrippen invaren en compensatie zijn ingewikkeld en leiden tot veel uitvoeringsvragen. Als goed werkgever kun je jouw eigen werknemers op deze punten volledig informeren om hen te behoeden voor nadelige keuzes.

Mr. Stan Rethans

Mr. Stan Rethans

Voorzitter Kennisgroep cao

Stan Rethans is voorzitter van de Kennisgroep cao van de Belastingdienst. Geregeld vertelt hij over wat hij tegenkomt in zijn vakgebied. Hij schrijft zijn columns voor Salarisnet op persoonlijke titel.

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.