Van evaluatie naar reparatie… wat doet het kabinet met de WKR?

Stan Rethans is voorzitter van de Kennisgroep cao van de Belastingdienst. Hij deelt in zijn columns op persoonlijke titel wat hem in de praktijk opvalt. Dit keer de kabinetsreactie op de evaluatie van de WKR.

Van evaluatie naar reparatie… wat doet het kabinet met de WKR?
Beeld: Shutterstock

De Werkkostenregeling (WKR) heeft zich altijd al kunnen verheugen in grote belangstelling, met voor- en tegenstanders. De regeling is oorspronkelijk ingevoerd met als doel administratieve lastenverlichting voor het bedrijfsleven. Dankzij de WKR hoeft namelijk niet meer per werknemer gedetailleerd te worden bijgehouden wie welk beloningsbestanddeel heeft ontvangen, om dat vervolgens afzonderlijk te verwerken in de loonaangifte. De mogelijkheid om vergoedingen aan te wijzen als eindheffingsloon leek een ideale mogelijkheid om belastingheffing in één keer eenvoudig af te handelen.

De praktijk heeft echter uitgewezen dat de WKR, ondanks de mooie doelstellingen, in de uitvoering complex is – en ook zo wordt ervaren. Daarom heeft het kabinet de WKR laten evalueren en daar vervolgens inhoudelijk op gereageerd. Die kabinetsreactie wordt gekenmerkt door onduidelijkheden en het uitstellen van keuzes, maar vormt gedeeltelijk de opmaat naar het Belastingplan 2027. In augustus 2026 neemt het kabinet hier een aantal besluiten over. Het Belastingplan wordt op Prinsjesdag (dinsdag 15 september 2026) officieel gepresenteerd.

Kabinetsreacties op 12 WKR-aanbevelingen

In grote lijnen reageert het kabinet als volgt op de aanbevelingen uit de evaluatie WKR:

1. Aanbeveling afschaffen eerste schijf vrije ruimte

In 2026 bedraagt de vrije ruimte 2% over de eerste € 400.000 van de loonsom en 1.18% over het meerdere. Deze vrije ruimte is bedoeld om voornamelijk de mkb-ondernemers wat meer mogelijkheden te bieden. In de praktijk komt dit voordeel eigenlijk niet bij de mkb-ondernemers terecht. Dit voorstel leidt tot een prima vereenvoudiging van regels, met name ook voor de concernregeling.

2. Aanbeveling afschaffing gerichte vrijstelling korting op branche-eigen-producten

Het kabinet heeft dit voornemen al opgenomen in het voorlopige Belastingplan 2027.

3. Aanbeveling verduidelijking voorwaarden vrijstelling inschrijving beroepsregister

Het kabinet kiest voor verduidelijking via een op te nemen toelichting in het Handboek Loonheffingen en niet voor aanpassing van wetgeving. In mijn ogen een gemiste kans, aangezien hierover in de praktijk veel onduidelijkheid bestaat en een duidelijk wettelijk criterium houvast zou kunnen bieden.

4. Aanbeveling nieuwe gerichte vrijstelling voor andere beroepskosten zoals bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering

In verband met afbakeningsproblematiek en dus uitvoeringsproblemen volgt het kabinet dit voorstel niet. Dat betekent dat duidelijkheid in casuïstiek gegeven moet worden via publicatie van kennisgroepstandpunten.

5. Aanbeveling afschaffen diensttijdvrijstelling (jubileumuitkering 25/40 jaar in dienst)

Het is spijtig voor de schrijver van deze column maar dit voorstel neemt het kabinet vrijwel zeker over. Dit soort regelgeving is verouderd en bevordert niet de doorstroming van werknemers naar andere werkgevers.

6. Aanbeveling opstellen praktijkvoorbeelden aanwijzen eindheffingsloon in Handboek Loonheffingen

Geen probleem voor het kabinet om dit voorstel over te nemen. Zeker het onderwerp 'aanwijzen' leidt in de praktijk nog steeds tot veel vragen.

7. Aanbeveling om de doelmatigheidsgrens van € 2400 te indexeren

De bekende € 2400 doelmatigheidsgrens is ooit bedacht om zoveel mogelijk discussies over kleine vergoedingen te elimineren. Tot dat bedrag (per werknemer per kalenderjaar) beschouwt de fiscus de aangewezen vergoedingen of bonussen automatisch als 'gebruikelijk' en treedt zij niet handhavend op. Het Handboek Loonheffingen maakt hier melding van, maar het is nooit in wetgeving omgezet.

Het kabinet is van plan om de doelmatigheidsgrens wettelijk, voorzien van indexatie, vast te leggen voor alle vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die ten laste van de vrije ruimte komen. In die zin is de doelmatigheidsgrens eenvoudiger toe te passen dan de gebruikelijkheidstoets.

8. Aanbeveling samenloop thuiswerk- en reiskostenvergoeding toestaan

Op dit moment is het niet mogelijk om voor de thuiswerkvergoeding en de reiskostenvergoeding een gericht vrijgestelde vergoeding te geven als een werknemer een deel van de dag thuiswerkt en de rest van de dag op diens vaste plaats van werkzaamheden doorbrengt.

Het kabinet besluit in augustus of deze samenloop toch wordt toegestaan. Een complicerende factor is dat het kabinet wil voorkomen dat werknemers loon uitruilen voor bijvoorbeeld een thuiswerkvergoeding. Mogelijk volgt dus een verbod op uitruil.

Daarnaast bestaan zorgen of de Belastingdienst door het toestaan van samenloop minder goed kan controleren of een thuiswerkvergoeding terecht is toegekend. Daarnaast kijkt het kabinet ook nog naar mogelijke effecten op de CO2-uitstoot. Of deze aanbeveling wordt overgenomen is dus nog bijzonder onzeker.

9. Aanbeveling verhoging thuiswerkvergoeding

In het verlengde van de vorige aanbeveling luidt het voorstel om de huidige thuiswerkvergoeding van € 2,45 per thuiswerkdag te verhogen met € 0,05 om aan te sluiten bij het Nibud. Het kabinet volgt dit voorstel niet omdat de huidige periodieke indexering is gebaseerd op het inflatiecijfer en dit acht zij voldoende.

10. Aanbeveling om de WKR zeer terughoudend in te zetten voor beleidsdoelstellingen

De overheid heeft fiscale maatregelen in het verleden al vaak ingezet om bepaalde beleidsdoelen te bereiken en het gedrag van burgers en bedrijven te beïnvloeden. Denk bijvoorbeeld aan de regelgeving rond (elektrische) auto's. Het kabinet neemt deze aanbeveling ter harte en roept de kamer hiertoe op. Naar mijn verwachting zal dit in de praktijk nauwelijks effect sorteren.

11. Aanbeveling om het eindheffingstarief te onderbouwen en zo nodig aan te passen

Het eindheffingstarief bij overschrijding van de vrije ruimte bedraagt 80%. Voor werkgevers is echter vaak onduidelijk waar dit percentage op is gebaseerd. De standaardverklaring dat het tarief is gebaseerd op de marginale belastingdruk inclusief werkgeversheffingen biedt onvoldoende onderbouwing.

De aanbeveling is om het eindheffingspercentage opnieuw geactualiseerd te berekenen, hetgeen wellicht betekent dat het percentage omhoog gaat. Daarmee wordt ook het verschil tussen dit eindheffingstarief en individuele brutering kleiner. Dit vermindert de kans op manipulatie om bepaalde beloningsbestanddelen geforceerd onder de eindheffing te brengen. Het kabinet gaat dit voorstel onderzoeken.

12. Aanbeveling om de bekendheid van de WKR te verhogen

Hoewel deze aanbeveling enigszins voor de hand ligt, zet het kabinet hier via diverse kanalen toch op in.

Nog 2 losse overwegingen

Ten eerste onderzoekt het kabinet de suggestie omtrent het mogelijk invoeren van een gerichte vrijstelling voor aflossing van studieschulden (voor met name kleine werkgevers).

Ten tweede bespreekt het kabinet de mogelijkheid om de gerichte vrijstelling voor scholing te voorzien van een einddatum. Het ziet daar echter meteen vanaf, omdat 30% van de ondervraagde werkgevers van deze vrijstelling gebruikmaakt.

(Met het oog op het uitgangspunt van Nederland = Kennisland zou het naar mijn mening ook volstrekt verwerpelijk zijn om juist het fiscale instrument dat scholing bevordert de nek om te draaien.)

Hoe dan ook: de WKR is alive and (still) kicking, zoveel is wel duidelijk geworden!

Mr. Stan Rethans

Mr. Stan Rethans

Voorzitter Kennisgroep cao

Stan Rethans is voorzitter van de Kennisgroep cao van de Belastingdienst. Geregeld vertelt hij over wat hij tegenkomt in zijn vakgebied. Hij schrijft zijn columns voor Salarisnet op persoonlijke titel.

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.