SalarisNet
SalarisNet
Gaat de looncompensatie straks op aan belastingen?

Gaat de looncompensatie straks op aan belastingen?

Een eenvoudiger en rechtvaardiger belastingstelsel, dat is het voornaamste punt op het wensenlijstje van fiscalist Peter Hoogstraten. Maar zal het kabinet dit op 21 september ook overnemen? En hoe werkt dat uit op de koopkracht van de medewerker?

Gaat de looncompensatie straks op aan belastingen?

De oproep van het kabinet aan werkgevers was glashelder: kom over de brug met meer loon. Logisch, zegt Peter Hoogstraten, landelijk vaktechnisch coördinator loonheffingen bij de Belastingdienst. “De arbeidsinkomensquote is de laatste jaren gedaald en de winsten van veel bedrijven zijn gestegen. Als gevolg daarvan hebben de lagere en middeninkomens het zwaar, vooral nu de gas-, en supermarktprijzen zijn geëxplodeerd. De bedrijven, aan de andere kant, hebben flink wat te besteden, dus die lonen kunnen best omhoog, en dat zien de meeste werkgevers ook in.”

Maar diezelfde werkgevers stellen hoogstwaarschijnlijk één voorwaarde: dat extra loon moet niet opgaan aan belasting. En die kans zit er volgens Hoogstraten wel in. “Want stel, werknemers krijgen er € 1000 bij. Met een belastingtarief van 37%, verwacht je dan dat je netto € 630 zult overhouden – maar zo simpel ligt het helaas niet. Want ons belastingstelsel kent diverse heffingskortingen, en die zijn aflopend naarmate het inkomen oploopt. Dat begint al bij modale inkomens. Door die € 1000 erbij, bestaat dus het risico dat je veel korting misloopt. Bovendien heb je bij een inkomen onder een bepaalde grens ook recht op allerlei toeslagen, zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Maar ook hier geldt: hoe hoger het inkomen, hoe minder daarvan overblijft.”

Eenvoudiger en rechtvaardiger

Vandaar het eerste punt op Hoogstratens wensenlijstje: een rechtvaardiger, maar ook een eenvoudiger belastingstelsel. “Wat dat eenvoudiger betreft: ik zou graag willen dat mensen in één oogopslag kunnen zien wat de belastingtarieven zijn. Krijgen ze er € 1000 bij? Dan moet het duidelijk zijn hoeveel ze daarvan overhouden, zonder ingewikkelde berekeningen.”

Maar zoals gezegd, dat belastingstelsel moet volgens Hoogstraten ook rechtvaardiger. En dat kan volgens hem door te sleutelen aan de verschillen tussen werknemers en zelfstandigen. “Je ziet vaak dat die exact hetzelfde werk doen: ze zitten naast elkaar in de kantoortuin. Maar die zelfstandigen profiteren van veel meer belastingvrijstellingen. En dus is het voor werknemers heel interessant om de loondienst vaarwel te zeggen en te kiezen voor het zelfstandige bestaan. Maar helaas… dat is heel slecht voor ons socialezekerheidsstelsel. Daarom zou ik graag zien dat iedereen van dat stelsel gebruik kan maken: werknemers én zelfstandigen. En dat ze er ook allebei voor moeten betalen.”

Werkkostenregeling

Een eenvoudiger en rechtvaardiger belastingstelsel – dat zou ook gevolgen moeten hebben voor de zogenoemde werkkostenregeling. “Tot een loonsom van € 400.000,- is die 100% helder”, zegt Hoogstraten. “De werkgevers mogen 1,7% besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen. Dat kan van alles zijn: kerstpakketten, bedrijfsuitjes, of enveloppen met geld die ze aan hun werknemers overhandigen. De onduidelijkheid begint pas als de loonsom hoger is. Dan gaat de vrije ruimte terug naar 1,18%, maar er gebeurt nog iets anders. Sommige werkgevers hebben zo’n enorme loonsom dat ze vrije ruimte overhouden. Zij zouden in de verleiding kunnen komen om die in te zetten voor een bonus aan één of enkele specifieke medewerkers. Dat mag niet, maar het ligt juridisch ingewikkeld. Zo ingewikkeld zelfs, dat ook de Hoge Raad er niet goed uitkomt. Daarom zou ik ook die werkkostenregeling aanzienlijk willen vereenvoudigen. En als we toch bezig zijn: waarom kan die vrije ruimte niet wat worden verhoogd, zoals ook gebeurde in de coronajaren 2020 en 2021?”

Directeur-grootaandeelhouder

Zijn de plannen op 21 september bekend? Dan zijn er nog twee zaken waar u op kunt letten: wat zijn de gevolgen voor de expat en de directeur-grootaandeelhouder? Ook de regelingen die gelden voor hen, kunnen volgens Hoogstraten nog wel wat worden aangescherpt. “Neem die directeur-grootaandeelhouders. Die zitten in een luxe positie: ze kunnen zelf hun salaris bepalen. En uiteraard kunnen ze dat doen met de fiscale regels in hun achterhoofd. Geniet de partner bijvoorbeeld een hoog inkomen? Dan is het wellicht verstandig om dat salaris wat lager te laten uitvallen en meer geld achter te houden in de bedrijfskas. De overheid heeft dat enigszins aan banden gelegd met de gebruikelijkloonregeling: het salaris van die directeur mag hoogstens 25% afwijken van de benchmark. Maar er gaan ook stemmen op om dit percentage omlaag te brengen of zelfs helemaal af te schaffen.”

Expats

En ten slotte zijn er de expats. Ook voor hen gelden er speciale regels, maar volgens Hoogstraten vallen die niet altijd rechtvaardig uit. “Natuurlijk, die mensen moeten hier woonruimte zien te vinden en een inburgeringscursus volgen. Dat kost geld, en dus komt de fiscus hen tegemoet: 30% van hun inkomen blijft onbelast. Maar stel nu dat jij geen 2 keer modaal inkomen verdient, maar enkele miljoenen? Dan kun je onmogelijk volhouden dat die huurprijs en die inburgeringscursus er hard inhakken, dus lijkt die 30% vrijstelling niet erg redelijk.”

Daarom heeft de overheid besloten om die vrijstelling te begrenzen. “Verdient de medewerker maximaal € 216.000, dan blijft die 30% gehandhaafd”, zegt Hoogstraten. “Maar is het salaris hoger, dan geldt de vrijstelling niet over het meerdere. Volgens de voorjaarsnota gaat die regeling in op 1 januari 2024, en de grote vraag is of er ook overgangsrecht komt. De antwoorden krijgen we dus op 21 september.”

Eerder verschenen