Met de presentatie van het regeerakkoord lijkt er frisse energie door het land te gaan. Weg met negativisme en polarisatie. Dat kunnen we allemaal wel gebruiken, dus tot zover alle lof. En als columnist hoop je dan natuurlijk op een actuele ontwikkeling. En kijk aan: daar is de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam in de Uber-zaak.
Was deze baanbrekend?
Nee, voor de insiders zeker niet. Toch leidde de uitspraak tot krantenkoppen waarin werd geconcludeerd dat Uber-chauffeurs zzp’ers zijn. Dat klopt voor de chauffeurs die deel uitmaakten van de procedure, maar het gerechtshof gaf aan dat het niet mogelijk was om uitspraak te doen over een grote(re) groep chauffeurs die voor Uber rijden. Simpelweg omdat het gerechtshof niet beschikte over voldoende feiten op dat punt. Het gerechtshof sluit zelfs niet uit die op basis van hun arbeidsrelatie wél in dienstbetrekking staan tot Uber.
Zijn we met deze uitspraak iets verder gekomen?
Naar mijn mening niet. Al langer staat vast dat werknemers en ondernemers prima naast elkaar kunnen werken, zolang er verschillen zijn in arbeidsvoorwaarden, inclusief het externe ondernemersrisico. De context waarin wordt gewerkt is echter doorslaggevend. In veel gevallen betekent dat een individuele beoordeling moet plaatsvinden. Die bevestiging is nu nog eens duidelijk in een uitspraak vastgelegd.
Het regeerakkoord, en vooral de uitlatingen van de VVD over 'zelfstandig werken', laten zien dat men wil doorpakken. Het verduidelijkingsdeel uit de Vbar wordt geschrapt, terwijl er haast wordt gemaakt met de invoering van de zelfstandigenwet, het rechtsvermoeden bij lage uurtarieven (vermoedelijk onder de € 36), een sectorale toets voor aanvullende rechtsvermoedens bij sectoren waarin mogelijk sprake is van verhoogd risico op misbruik en fraude en invoering van de Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen. De aangekondigde snelheid van invoering is adembenemend.
Snel? Voorlopig niet meer dan een voornemen
Verlies niet uit het oog dat het vooralsnog plannen zijn. De wetsvoorstellen moeten worden herschreven, en daarna moeten zowel de Tweede als de Eerste Kamer nog akkoord gaan. Bovendien moet dit minderheidskabinet steun vinden om de voorstellen door het parlement te krijgen. Ik geef het je te doen.
Handhaving in beweging, duidelijkheid nog niet
In de loonheffingen is de actualiteit nooit ver weg. De actualiteit van vandaag is dat ondernemers voorlopig nog moeten werken met de huidige wetgeving en het bestaande toetsingskader van de Belastingdienst. De aanpak van schijnzelfstandigheid (zeg nooit 'handhaving van de Wet DBA', want die wet is vrijwel inhoudsloos) krijgt in 2026 vorm met nieuwe elementen: dit jaar worden geen verzuimboetes opgelegd en wordt in principe altijd gestart met een bedrijfsbezoek. Kortom, nog steeds een voorzichtige start van de handhaving, waarbij overigens nu wel vergrijpboetes kunnen worden opgelegd. Zo krijgt de aanpak van schijnzelfstandigheid langzaam maar zeker vorm.
Het is goed om je te realiseren dat dit onderwerp in beginsel geen fiscale, maar een arbeidsrechtelijke achtergrond heeft. Oude beroepsprocedures (Groen/Schoevers, arbeidsrecht) en Haviltex (verbintenissenrecht) vormen de basis van de huidige toetsing van arbeidsrelaties. Die lijn is doorgetrokken in de arresten over Deliveroo, Helpling en nu Uber.
Het huidige toetsingskader biedt duidelijkheid voor zeker 80% van de arbeidsrelaties. Maar in een veranderende maatschappij met nieuwe arbeidsvormen zal er altijd een grijs gebied blijven. 100% zekerheid bestaat niet.
De Belastingdienst als uitvoerder onder vuur
De Belastingdienst krijgt veel kritiek over de manier waarop handhaving rond schijnzelfstandigheid wordt uitgevoerd. Als uitvoeringsinstantie heeft de Belastingdienst de taak om wetgeving uit te voeren. Na beëindiging van het handhavingsmoratorium is de handhaving heel terughoudend en voorzichtig opgestart. Nog steeds vormt voorlichting van werkgevers een belangrijk onderdeel van de besprekingen met diezelfde werkgevers of opdrachtgevers.
Handhaving klinkt altijd negatief, maar voorlichting en informatieverstrekking horen ook bij het handhavingsplan. De handhaving schaalt geleidelijk op en kan uiteindelijk leiden tot het opleggen van correctieverplichtingen en boetes. Doe je dat niet, dan ben je als overheid natuurlijk ook niet geloofwaardig als rechtshandhaver. Bovendien is de gedachte om een gelijk speelveld te creëren voor werkgevers, opdrachtgevers en werknemers.
Zonder feiten geen oordeel
De in het regeerakkoord aangekondigde plannen lijken doortastend en op onderdelen ook effectief (bijvoorbeeld het rechtsvermoeden bij lage tarieven, al is ook dat in de praktijk niet eenvoudig). Maar ze elimineren niet de kern van het probleem: een arbeidsrelatie kun je pas beoordelen wanneer je beschikt over alle feiten, omstandigheden en voorwaarden waaruit blijkt hoe die tot stand is gekomen. Voorlopig moeten we het dus nog doen met de huidige wetgeving, en ondanks alle kritiek daarop is dat nog niet eens zo slecht.














