Welk oordeel is leidend bij de RIV-toets?

Het komt nog te vaak voor: een werkgever die wordt geconfronteerd met een loonsanctie omdat de verzekeringsarts van het UWV van mening verschilt met de bedrijfsarts. Daarom is er kort geleden een wetsvoorstel ingediend dat er voor moet zorgen dat het oordeel van de bedrijfsarts voortaan leidend wordt bij de RIV-toets. Zo krijgen werkgevers meer zekerheid en worden zij niet langer geconfronteerd met extra kosten nadat zij al 2 jaar lang re-integratiekosten hebben moeten maken.

Op dit moment is het al zo dat de werkgever leunt op het oordeel van de bedrijfsarts bij de begeleiding en re-integratie van de zieke werknemer. Werkgevers zijn zelfs verplicht om dergelijke begeleiding af te nemen bij een bedrijfsarts. Alleen als die inspanningen niet leiden tot een betermelding, doet de werknemer aan het eind van het traject (na 104 weken ziekte) een aanvraag voor een WIA-uitkering. Dan volgt er ook een RIV-toets. Bij die toets kijkt het UWV naar de inspanningen die de werkgever heeft verrichting in het kader van de Wet Poortwachter. Daarbij krijgt het UWV hulp van een arbeidsdeskundige en een verzekeringsarts. Daarbij komt het regelmatig voor dat de verzekeringsarts van mening is dat de inspanningen van de bedrijfsarts onvoldoende waren. De werkgever krijgt dan een loonsanctie opgelegd. Het oordeel van de verzekeringsarts is dus leidend.

Lees ook: Loondoorbetaling bij ziekte en re-integratie makkelijker vanaf 1 januari 2020

Te lage inschatting belastbaarheid

Het meest gehoorde verwijt  is dat de werknemer vaak veel minder belastbaar wordt geacht door de bedrijfsarts dan door de verzekeringsarts. Vorig jaar was 12 procent van alle loonsancties het ge volg van een dergelijk dispuut. Ook wordt er vaak te laat aangegeven dat de werknemer weer (een beetje) belastbaar is. Hoewel de werkgever dus uit moet gaan van het oordeel van de bedrijfsarts, draait de werkgever zelf op voor de financiële gevolgen als dit oordeel niet wordt gevolgd door de verzekeringsarts. Werkgevers kunnen op die manier duizenden euro’s kwijt zijn. Daarom wil de wetgever nu een eind maken aan dit spanningsveld. Loonsancties als gevolg van een verschil mening tussen bedrijfsarts en verzekeringsarts moeten worden teruggedrongen door het oordeel van de bedrijfsarts leidend te maken bij de beoordeling van de re-integratie-inspanningen na 104 weken ziekte (RIV-toets).

Lees ook: Loondoorbetaling en re-integratie langdurig zieke werknemers, weet u hoe het zit?

Uitsluitend het oordeel van verslag

Als de wet wordt aangenomen, wordt vanaf 1 januari 2021 bij de RIV-toets alleen nog gekeken naar het re-integratieverslag. Een arbeidsdeskundige beoordeelt dan of de re-instegratie-inspanningen passend zijn bij het medisch advies en de medische beoordeling van de bedrijfsarts. De verzekeringsarts komt er niet meer bij kijken, behalve in sociaal-medisch opzicht. De verzekeringsarts doet een sociaal-medische inschatting rond het recht op een WIA-uitkering, niet op de re-integratie.