Reisregeling buitenland wijzigt – uniformering buitenlandse dienstreizen

De Regeling tot wijziging van de Reisregeling buitenland in verband met de rijksbrede harmonisatie van het beleid ten aanzien van buitenlandse dienstreizen is in de Staatscourant gepubliceerd en op 1 januari 2017 in werking getreden.

Aangezien veel buitenlandse dienstreizen gemaakt worden door ambtenaren van verschillende ministeries, is het wenselijk dat wordt voorkomen dat ambtenaren van de rijksoverheid tijdens buitenlandse dienstreizen  onder verschillende omstandigheden werken. Zo kon het tot 2017 voorkomen dat een ambtenaar die per vliegtuig een buitenlandse dienstreis maakt, business klasse mocht vliegen, terwijl een ambtenaar van een ander ministerie die hem op die reis vergezelde in de reisklasse economy of een vergelijkbare klasse moest reizen. Ook bij buitenlandse reizen voor het volgen van scholing speelde dit.

Rijksbrede uniformering van het internationale reisbeleid was daarom van belang.

Uniformering van het reisbeleid wordt gerealiseerd door via deze regeling zaken te regelen in de Reisregeling buitenland die voorheen per ministerie waren geregeld. In het Reisbesluit buitenland is hiervoor een grondslag opgenomen voor dienstreizen en in het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) voor scholingsreizen.

Geen eigen vervoer

De overheid heeft zich verbonden aan een duurzame bedrijfsvoering. Daarom wordt het gebruik van eigen vervoer in het buitenland voor buitenlandse dienstreizen in principe niet vergoed.

Scholingsreizen

Scholingsreizen per trein mogen alleen worden gemaakt in de tweede klasse. Dit was sinds 2014 al in regelgeving geharmoniseerd en voorheen geregeld in artikel 59, negende lid, van het ARAR. Dit is nu verplaatst naar de Reisregeling buitenland, zodat alle regels omtrent reisklasse bij elkaar staan.

Scholingsreizen per vliegtuig mogen ongeacht de duur van de vlucht alleen worden gemaakt in de economy klasse of een vergelijkbare klasse. Dit was al gebruikelijk bij de ministeries en dit beleid is nu rijksbreed in de Reisregeling buitenland vastgelegd.

Treinreizen

Dienstreizen tot 500 kilometer – gerekend van station van vertrek tot station van aankomst – vinden plaats per trein, tenzij de totale reistijd tussen deze twee stations meer bedraagt dan zes uur.

Dienstreizen per trein mogen worden gemaakt met de eerste klasse. Bij internationale reizen is het gebruik van de hogesnelheidstrein in de eerste klasse ook toegestaan.

Vliegreizen

Voor dienstreizen die met het vliegtuig gemaakt worden, geldt bij het bepalen van de vliegklasse een urennorm.

Dienstreizen met het vliegtuig met een totale vliegtijd tot zes uur worden gemaakt in de reisklasse economy of een vergelijkbare klasse.

Dienstreizen met het vliegtuig met een totale vliegtijd van zes uur of langer mogen worden gemaakt in business klasse of een vergelijkbare klasse, tenzij deze niet beschikbaar is en een ticket voor een lagere vliegklasse wel. Een ambtenaar kan ook vrijwillig ervoor kiezen in een lagere klasse te vliegen.

Verlenging voor privédoeleinden

Het kan voor een ambtenaar aantrekkelijk zijn om een buitenlandse dienstreis om privéredenen op eigen kosten te verlengen en daarvoor verlof op te nemen. Bij veel ministeries was dit al toegestaan. De nieuwe regels maken dit rijksbreed onder gelijke voorwaarden mogelijk.

De meerkosten van de verlenging, zoals hogere reis-, hotel-, autohuur- en verblijfskosten, zijn voor rekening van de ambtenaar. Eventuele besparingen die met de verlenging gepaard gaan (zoals een goedkoper vervoersbewijs) komen ten goede aan het Rijk.

De verlenging bedraagt maximaal 72 uur en alleen – ter beperking van de administratieve lasten – direct na aankomst op de plaats van bestemming dan wel direct voor vertrek van die plaats.

Regeling tot wijziging Reisregeling buitenland i.v.m. rijksbrede harmonisatie van het beleid t.a.v. buitenlandse dienstreizen