Sectorindeling en sectorpremies voor werknemersverzekeringen

Financiële gevolgen bij onjuiste sectoraansluiting

Een van de premies werknemersverzekeringen die de werkgever moet betalen, betreft de sectorpremie (WA) voor de WW. De hoogte van de sectorpremie is afhankelijk van de beroeps- of bedrijfstak waarin de onderneming actief is. De indeling van de onderneming in een sector wordt gedaan door de Belastingdienst. Het eerste aanknopingspunt is de beschrijving van de bedrijfsactiviteiten bij aanmelding als werkgever. De hoogte van de sectorpremie is afhankelijk van het werkloosheidsrisico in de sector. De sector waarbij de onderneming wordt ingedeeld is dus een bepalende factor voor de omvang van de bedrijfslasten. Reden te meer om eens nader te kijken waar de werkgever op kan letten bij de sectoraansluiting.

Bij de start van een onderneming wordt bij de ‘opgaaf startende onderneming’ door de onderneming informatie gegeven over de bedrijfsactiviteiten die worden verricht en/of zullen worden verricht. Op grond hiervan beoordeelt de Belastingdienst bij welke sector de werkgever wordt aangesloten.

Soort bedrijfsactiviteiten

Aan de sectoraansluiting is een voor de betreffende sector bepaalde premie verbonden die per sector verschilt. De beslissing van de Belastingdienst omtrent de sector waarbij de onderneming wordt ingedeeld heeft dan ook rechtstreekse invloed op de hoogte van de werkgeverslasten. Het is dus belangrijk dat de onderneming bij de aanvang van de onderneming een nauwkeurige en getrouwe beschrijving doet van de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten. Daarbij is het natuurlijk ook mogelijk dat het soort bedrijfsactiviteiten of de verhouding tussen verschillende soorten bedrijfsactiviteiten op een later tijdstip op enigerlei wijze verandert.

Sectorpremie

Binnen het maatschappelijke verkeer wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende sectoren. Voor ieder van deze sectoren wordt een sectorpremie vastgesteld, de WA-premie, die als onderdeel van de WW-premie door de werkgever is verschuldigd. De sectorpremies komen ten goede aan de verschillende sectorfondsen. Uit deze sectorfondsen wordt de eerste fase van de werkloosheidsuitkeringen bekostigd, waarbij het werkloosheidsrisico gedragen wordt door het sectorfonds en dus indirect door de betreffende sector zelf. De hoogte van de sectorpremie-WW is afhankelijk van het werkloosheidsrisico dat wordt toegekend aan de betreffende bedrijfs- of beroepstak. Hoe hoger het werkloosheidsrisico is, hoe hoger de sectorpremie zal worden vastgesteld.

Wijziging sectorindeling
Een oordeel over de sectorindeling wordt niet met terugwerkende kracht genomen. Wanneer een indelingsbeslissing genomen wordt waarbij  een werkgever naar een andere sector overgaat, vindt deze overgang in de regel plaats per 1 januari of 1 juli van het jaar en zal dit op het eerst mogelijke van deze tijdstippen plaatsvinden ná  verzenden van de indelingsbeslissing aan de werkgever.

Wijziging van de sectoraansluiting is wel met terugwerkende kracht mogelijk als achteraf komt vast te staan dat herindeling had moeten plaatsvinden terwijl de werkgever heeft nagelaten een daartoe strekkend verzoek in te dienen, dan wel dat na een verzoek hiertoe door de werkgever de Belastingdienst heeft nagelaten een indelingsonderzoek in te stellen.

Werkzaamheden wijzigen

Een veel voorkomende situatie is dat de werkgever bij aanvang van de onderneming aangeeft waaruit de werkzaamheden zullen bestaan en de Belastingdienst op grond hiervan – al dan niet gevolgd door een nader onderzoek – een beslissing neemt met betrekking tot de  sectoraansluiting, maar dat op enig moment in de toekomst de bedrijfsactiviteiten wijzigen, uitbreiden met andere werkzaamheden of juist worden beperkt. Op grond van structureel gewijzigde omstandigheden kan dan de situatie ontstaan dat de bedrijfsactiviteiten niet meer (volledig) overeenkomen met de sectoraansluiting van de werkgever. Op de werkgever rust de verantwoordelijkheid om in dergelijke gevallen bij twijfel contact op te nemen met de Belastingdienst.

Onderzoek

De Belastingdienst kan ook zelf besluiten om een onderzoek te doen naar de juistheid van een sectoraansluiting. Als hierbij geconcludeerd wordt dat in de jaren voorafgaande aan dit onderzoek sprake was van een onjuiste sectoraansluiting, bij een wijziging van de bedrijfsactiviteiten, dan kan dit tot grote financiële gevolgen leiden. Dit illustreert een uitspraak van Hof Amsterdam, 6 juni 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:CA3836.

Uitspraak wijziging sectorindeling
De rechter oordeelde dat aan de beoordeling van de Belastingdienst in het verleden geen in rechte te beschermen vertrouwen kan worden ontleend dat de destijds vastgestelde sectorindeling nooit gewijzigd kan worden. Een verandering van de werkzaamheden, of van de samenstelling daarvan binnen het bedrijf kan voor u aanleiding zijn om vraagtekens te zetten bij de juistheid van de sectorindeling.

Risicogroepen

De hoogte van de sectorpremie is afhankelijk van het werkloosheidsrisico dat wordt toegekend aan de betreffende bedrijfs- of beroepstak. Een aantal sectoren kent een beduidend hoger werkloosheidsrisico dan de andere sectoren. Dit zijn de sectoren waarbinnen veel werknemers seizoensarbeid verrichten en die een verhoogd risico lopen werkloos te worden als gevolg van weinig of geen werk. Dit betreft de sectoren: agrarisch bedrijf, bouwbedrijf, schildersbedrijf, horeca en culturele instellingen.

Hoge en lage sectorpremie

Binnen deze branches worden dan ook twee premiegroepen vastgesteld, de premiegroep kort (met een hoge sectorpremie) en de premiegroep lang (met een lagere sectorpremie). In beginsel moet u als werkgever binnen deze sectoren de hoge sectorpremie betalen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat met de werknemers kortdurende arbeidsovereenkomsten gesloten worden, afgestemd op het seizoensgebonden werk. Daarom noemt men dit ook wel de premiegroep kort.

Alleen onder bepaalde omstandigheden mag de lage sectorpremie worden toegepast, met name bij het sluiten van arbeidsovereenkomsten van ten minste een jaar of voor onbepaalde tijd (vandaar de naam premiegroep lang). De omvang van de arbeidsduur moet hierbij bovendien eenduidig zijn vastgelegd in de arbeidsovereenkomst. Per saldo mag geen sprake zijn van een arbeidsverhouding die materieel het karakter heeft van meer tijdelijke seizoensgebonden werkzaamheden.

Feiten en omstandigheden

Uit een uitspraak van het College van Beroep Stichting Normering Arbeid van 13 januari 2016 valt af te leiden dat de feiten en omstandigheden hierbij overeen moeten komen met hetgeen in de arbeidsovereenkomsten is opgenomen. Een werkgever zal een arbeidsovereenkomst kunnen vaststellen voor ten minste een jaar en daarin opnemen dat de werknemer hierbij gemiddeld een aantal uren per week werkt. In theorie zou hiermee de premiegroep lang van toepassing kunnen zijn, met toepassing dus van de lage sectorpremie. In deze casus werd echter geoordeeld dat feitelijk gedurende een beperkt aantal maanden aanzienlijk meer uren werd gewerkt en de overige maanden feitelijk niet of nauwelijks. De feiten en omstandigheden kwamen niet overeen met de arbeidsovereenkomst, en het uiteindelijke oordeel was dat de werkgever alsnog was ingedeeld in premiegroep kort en de hoge sectorpremie moest betalen.

Meerdere bedrijfsactiviteiten

De Belastingdienst beoordeelt bij welke sector de werkgever wordt aangesloten en kijkt hierbij naar de bedrijfsactiviteiten binnen de onderneming zoals de werkgever deze heeft opgegeven. Deze beslissing kan zijn bij de opgaaf startende onderneming, maar kan ook later plaatsvinden op initiatief van zowel de werkgever als Belastingdienst. De hoofdregel is dat de onderneming wordt ingedeeld bij die sector waaraan het hoogste deel van de loonsom is toe te rekenen.

Het is echter niet altijd eenvoudig om een aansluiting bij de juiste sector eenduidig vast te stellen. In sommige ondernemingen zijn meerdere van elkaar verschillende bedrijfsactiviteiten ondergebracht, waarbij het indelen van de gehele onderneming lastig te bepalen kan zijn. Daarnaast is het, zoals hiervoor aangegeven, mogelijk dat  de aansluiting in eerste instantie wel juist is maar later mogelijk herzien zou moeten worden op basis van het (structureel) wijzigen van de omvang en/of het karakter van de bedrijfsactiviteiten.

Gesplitste aansluiting

Het is mogelijk dat er binnen de onderneming meerdere bedrijfsactiviteiten zijn die, op zichzelf beschouwd, onder verschillende sectoren zouden kunnen vallen, maar waarbij echter sprake is van slechts één aansluiting. In principe moet een dergelijke samengestelde onderneming worden aangesloten bij de sector voor de werkzaamheid waaraan het hoogste premieloon kan worden toegerekend (wordt betaald of vermoedelijk zal worden betaald).

Allereerst kan het natuurlijk zijn dat de verhouding van de loonsommen van beide bedrijfsactiviteiten na verloop van tijd wijzigt en dat de onderneming als geheel eigenlijk bij een andere sector hoort. Het is echter ook mogelijk dat de werkgever bij meerdere sectoren wordt aangesloten. Dit kan voordeliger zijn als bedrijfsactiviteiten met de lagere premieloonsom onder een sector vallen met een lagere sectorpremie. Een dergelijke gesplitste aansluiting is mogelijk als de verschillende werkzaamheden goed te splitsen zijn. De voorwaarden voor een gesplitste aansluiting komen neer op de vraag of de afzonderlijke bedrijfsonderdelen voldoende op zichzelf staan of, anders gezegd, de onderneming als geheel in slechts één of juist in meerdere functies optreedt in het maatschappelijk leven.

Voorbeeld gesplitste aansluiting

Een groothandel heeft zich in de loop der tijd ontwikkeld tot een onderneming waarbinnen ook het transportbedrijf een sterke positie heeft verkregen. Het bedrijf heeft dan ook chauffeurs in dienst die, naast hun werk voor de groothandelactiviteiten, ook transportdiensten verzorgen voor andere ondernemingen. De groothandelactiviteiten vallen onder sector 41 (2016: 1,38 procent) en de transportactiviteiten onder sector 32 (2016: 1,15 procent). Omdat de grootste loonsom in het bedrijf gevormd wordt door de groothandel, is het bedrijf aangesloten bij de sector 41. Mogelijk kan voor het bedrijfsonderdeel transport een aparte sectoraansluiting worden gerealiseerd. Hiermee zou met betrekking tot de chauffeurs een premievoordeel van 0,23 procent over de premiegrondslag worden gerealiseerd.

Groepsaansluiting

Daartegenover is het mogelijk dat de onderneming met andere werkgevers een economische of organisatorische eenheid vormt. Voor een dergelijke situatie is ook een soort groepsaansluiting mogelijk. Een argument hiervoor kan zijn het bereiken van gelijkheid van de loon- en arbeidsvoorwaarden voor het gehele personeel, plus mogelijk een vereenvoudiging van de administratie of een lagere totale sectorpremie. Hierbij geldt dan wel dat de (groeps)aansluiting wordt bepaald door de werkzaamheid waaraan het grootste deel van de premieloonsom is toe te rekenen. Voorwaarde voor een dergelijke groepsaansluiting is de aanwezigheid van een organisatorische eenheid. Dit kan onder meer volgen uit het bestaan van: een gezamenlijke directie, een centrale administratie, een centraal personeelsbeleid, onderlinge leveringen/diensten en/of een gezamenlijke vestigingsplaats.

Voorbeeld groepsaansluiting

Een groep van vervoersbedrijven (met één gemeenschappelijke holding) verricht vervoersdiensten op verschillende terreinen, ieder binnen een aparte vennootschap. Zo is er een vennootschap waarbinnen taxi- en ambulancevervoer is ondergebracht (sectorpremie 2016: 3,60 procent). Daarnaast is er een vennootschap die busvervoer op maat aanbiedt (sectorpremie besloten busvervoer 2016: 2,84 procent). Tot slot is er een vennootschap waarbinnen openbaar vervoer wordt verzorgd (sectorpremie 2016: 0,82 procent). De bedrijfsactiviteit openbaar vervoer heeft veruit de grootste loonsom binnen de gehele groep.

Voor de werknemers die werkzaam zijn binnen de bedrijfsactiviteiten taxi- en ambulancevervoer en besloten busvervoer kan dus premievoordeel behaald worden door de realisatie van een groepsaansluiting.

Financiële gevolgen

Een onjuiste sectoraansluiting kan (grote) financiële gevolgen hebben. Mogelijk kan met een overgang naar een andere sector een lagere sectorpremie worden gerealiseerd. Het is echter ook mogelijk dat uw onderneming eigenlijk bij een andere sector zou moeten zijn aangesloten met een hogere sectorpremie en dit zal, als de Belastingdienst dit met terugwerkende kracht vaststelt, tot grote financiële gevolgen leiden. Als de werkgever het niet eens is met de sectorindeling dan kan hij bezwaar maken tegen het aansluitingsbesluit en om een herbeoordeling vragen.

Naast een indeling op basis van de hoogste loonsom, kan mogelijk een gesplitste sectoraansluiting worden gerealiseerd in geval van een samenstelde onderneming met verschillende (zelfstandige) bedrijfsactiviteiten. Ook is een gezamenlijke sectoraansluiting mogelijk bij een groep ondernemingen die juist als gezamenlijke bedrijfsactiviteiten zijn aan te wijzen.

Bart Agerbeek
Hendrikx en Bakker
Fiscaal Adviseurs
hendrikxenbakker.nl

Dit artikel is verschenen in Praktijkblad Over Salaris nr. 7 van 6 mei 2016