Wel of geen minimumloon betalen bij stages

Minister Asscher van Sociale Zaken gaat in een brief in op de vraag of de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag van toepassing is op stages en werkervaringsplekken.
Delen:

Er is een motie ingediend waarin de regering wordt verzocht voor 1 april 2016 een plan te ontwikkelen met als doel misbruik van stages en werkervaringsplekken te bestrijden. Het gaat, aldus de motie, daarbij om stages na het behalen van een diploma en werkervaringsplekken met het kennelijke doel om goedkope arbeid in te zetten. Daardoor ontstaat onderbetaling van de betrokkenen en is sprake van verdringing.

Accent op leren of op werken?
In situaties waarin de stage/werkervaring geen onderdeel van een opleiding is, is al gauw sprake van een diffuse situatie waarin niet helder is of het daadwerkelijk om ‘leren’ gaat of dat het accent ligt op het verrichten van productieve werkzaamheden. Dan komt de vraag naar voren of sprake is van misbruik van de stage-/werkervaringsplek en men feitelijk zonder of tegen te lage beloning arbeid laat verrichten.

Wet minimumloon
De Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) vormt het wettelijk kader voor het beloningsvereiste. Betaling conform de WML is vereist als sprake is van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. Deze arbeidsovereenkomst behoeft niet formeel te zijn afgesloten. Ook als uit feiten en omstandigheden blijkt dat aan de kenmerken van een arbeidsovereenkomst wordt voldaan, is juridisch sprake van een arbeidsovereenkomst. Het gaat daarbij om de feiten en omstandigheden van het individuele geval.

Gewone werknemer
De termen stage en werkervaringsplek hebben in de WML geen betekenis; het gaat erom of sprake is van een arbeidsovereenkomst, formeel of blijkend uit de feiten en omstandigheden van het geval. Belangrijk hierbij is het onderscheid van de activiteiten die betrokkene verricht ten opzichte van die van de ‘gewone werknemer’ . De werkzaamheden van een gewone werknemer zijn hoofdzakelijk van productieve aard, gericht op het maken van omzet, winst of het behalen van doelen (et cetera). In dat geval is de WML onverkort van toepassing.

Activiteiten gericht op leren
De WML is niet van toepassing als de activiteiten bij uitstek gericht zijn op leren. Dit laatste blijkt onder meer uit het volgende:

  • er is sprake van een stageovereenkomst;
  • er is een duidelijk leerplan waarin de beoogde leerdoelen concreet benoemd zijn;
  • de stage is bij uitstek gericht op leren en niet op werken;
  • het gaat om werk waarbij het leeraspect van de stagiair centraal staat;
  • de stagiair onderscheidt zich van een gewone werknemer doordat de te verrichten werkzaamheden niet gericht zijn op productief werk waarmee vooral omzet of winst gegenereerd wordt;
  • de begeleiding van de stagiair moet gericht zijn op het leeraspect en niet op het behalen van productie;
  • de stagiair bezet een additionele plaats en neemt dus geen plaats in die normaliter door een werknemer wordt bezet;
  • bij voorkeur, maar niet noodzakelijk, zijn de gemaakte afspraken vastgelegd in een overeenkomst tussen een opleidingsinstituut en de ‘werkgever’;
  • er wordt tussentijds en aan het eind van de stage geëvalueerd;
  • er kan inzichtelijk worden gemaakt of en zo ja hoe de leerdoelen zijn bereikt door de stagiair.

Van belang is dat er altijd gekeken wordt naar de feitelijke omstandigheden om te beoordelen of de WML wel of niet van toepassing is. Als betrokkene activiteiten verricht waarbij het leeraspect níet centraal staat en juridisch gezien sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan heeft betrokkene aanspraak op het wettelijk minimumloon. Dat geldt ook ten aanzien van de inwerkperiode.

Tijdens een inwerkperiode staat het verrichten van arbeid centraal. Dat men tijdens de inwerkperiode nog niet volledig productief is, is inherent aan het feit dat men een nieuwe baan heeft of in een nieuwe omgeving komt te werken. In dat geval bestaat de mogelijkheid om een lager aanvangssalaris vast te stellen, mits het ten minste op het niveau van het wettelijk minimumloon ligt.

Feitelijke omstandigheden
Van belang is dat er altijd gekeken wordt naar de feitelijke omstandigheden om te beoordelen of de WML wel of niet van toepassing is. Als betrokkene activiteiten verricht waarbij het leeraspect níet centraal staat en juridisch gezien sprake is van een arbeidsovereenkomst, dan heeft betrokkene aanspraak op het wettelijk minimumloon. Dat geldt ook ten aanzien van de inwerkperiode. Tijdens een inwerkperiode staat het verrichten van arbeid centraal. Dat men tijdens de inwerkperiode nog niet volledig productief is, is inherent aan het feit dat men een nieuwe baan heeft of in een nieuwe omgeving komt te werken. In dat geval bestaat de mogelijkheid om een lager aanvangssalaris vast te stellen, mits het ten minste op het niveau van het wettelijk minimumloon ligt.

Aanpak misstanden
Bij de aanpak van misstanden zijn 3 zaken van belang:

  1. versterken informatiepositie t.b.v. de handhaving: waar doen de misstanden zich voor?
  2. risicogericht handhaven;
  3. bevorderen bewustzijn: misstanden zijn niet acceptabel zijn en jongeren die feitelijk arbeid verrichten hebben recht op een fatsoenlijke beloning.

Met deze 3 sporen wordt volgens de minister een effectieve bijdrage geleverd aan het tegengaan van misstanden bij de inzet van werkloze afgestudeerde jongeren.

Zie ook het bericht Verschil stage, werkervaringsplek of werk