Bijtelling na 60 maanden auto van de zaak - hoe zit dat in 2021?

Als een werknemer 60 maanden in een auto van de zaak heeft gereden, veranderen de regels voor de bijtelling. In de meeste gevallen wordt de bijtelling hoger en gaat de werknemer er in netto salaris op achteruit. Daarom wordt vaak de auto ingeleverd en eventueel een nieuwe uitgezocht. Maar wat als de werknemer in de auto wil blijven rijden? SalarisNet zocht het uit.
Delen:

In 2021 worden auto’s die in 2016 voor het eerst op kenteken werden gezet 5 jaar (60 maanden). Dat betekent dat de bijtelling verandert. De (lagere) bijtelling geldt namelijk alleen de eerste 60 maanden. Maar welke bijtelling geldt er dan voor de auto? Dat hangt af van het type auto. In 2016 waren er namelijk meerdere percentages, afhankelijk van het type auto. Dat kan betekenen dat dezelfde auto ineens twee of drie keer zo duur wordt.

Lees ook: Bijtelling privégebruik bij weinig gebruik van de auto van de zaak

CO2-uitstoot

In 2016 keek de Belastingdienst naar de uitstoot van CO2 voor het percentage bijtelling.

  • Voor volledig elektrische auto’s zonder CO2-uitstoot geldt een percentage van 4 procent
  • Voor auto’s die niet meer dan 50 gram CO2 per kilometer uitstoten geldt een percentage van 15 procent
  • Voor auto’s die tussen de 50 en en 106 gram uitstoten geldt 21 procent
  • Voor auto’s die meer dan 106 gram uitstoten geldt een percentage van 25 procent.
Inmiddels is het voor de bijtelling niet meer relevant hoeveel CO2 er wordt uitgestoten. Alle uitstoot die meer dan 0 gram is, leidt sinds 2017 tot een bijtelling van 22 procent in de eerste 60 maanden. Maar voor auto’s uit 2016 geldt dat na afloop van de 60 maanden het standaardtarief uit 2016 geldt, namelijk 25 procent over de catalogusprijs van het jaar waarop de auto op kenteken werd gezet. Dat betekent dus dat de populaire plug-in hybrides uit 2016 in 2021 tot 10 procent duurder worden en de meeste overige auto’s gaan van 22 naar 25 procent bijtelling. Voor auto’s van 2017 en later ligt dat anders. Voor die auto’s geldt een standaardtarief van 22 procent. Dat betekent dat auto’s met CO2-uitstoot, ook als zij ouder dan 60 maanden zijn, voor maximaal 22 procent bij het loon worden geteld.

Rekenvoorbeeld hybride auto

Loretto rijdt een Toyota Prius die op 15 april 2016 op kenteken werd gezet. De catalogusprijs was 32.750 euro en de CO2-uitstoot is 76 gram per kilometer. De werknemer betaalde een bijtelling van 21 procent (573,13 per maand). Zijn bruto maandloon is 5.000 euro, netto is dat 3135,92 euro. In mei blijft hij de Prius rijden, maar verandert de bijtelling naar 25 procent (682,29 euro per maand). Hij houdt nu nog 3.083 euro netto over.

Weten hoeveel een lease auto u kost per maand? Gebruik de bruto-netto tool!

Oude elektrische auto leasen

In het verleden maakten veel werknemers in de hogere echelons van organisaties gebruik van de lage bijtelling op elektrische auto’s om voor relatief weinig geld een zeer luxe, elektrische auto te rijden. De Tesla Model X was bijvoorbeeld onder meer om die reden een hele populaire auto. Voor de bijtelling van een Ford Fiesta of Opel Corsa kon een auto van meer dan een ton worden gereden. Deze werknemers gaan er in 2021 flink op achteruit. De regeling voor de lage bijtelling voor elektrische auto’s is namelijk flink uitgekleed.

Lees ook: Bijtelling privégebruik auto en eigen bijdrage

Rekenvoorbeeld elektrische auto

Jacqueline rijdt sinds 3 oktober 2016 de Tesla Model X 90D met een cataloguswaarde van 113.285 euro. Deze auto stoot geen CO2 uit en had dus een bijtelling van 4 procent (377,62 euro per maand). Ook deze werknemer heeft een bruto maandloon van 5000 euro, waarvan hij dit jaar tot november 2021 netto 3.231 euro overhoudt. Als dit een auto met Co2-uitstoot was geweest zou de werknemer overgaan naar de nieuwe bijtelling van 25 procent (2673,64 per maand). De werknemer houdt dan netto nog 2.153,33 euro over. Maar ook in 2021 geldt nog een korting op de bijtelling voor dit type auto’s. Namelijk 10 procent van het standaard tarief tot een cataloguswaarde van 40.000 euro. Dat betekent dus een bijtelling van 15 procent over de eerste 40.000 euro (=6000 euro) en 25 procent de resterende 73.285 euro (= 18.321,25 euro). De totale bijtelling is dus 24.321,25 en levert deze werknemer een nieuw nettoloon van 2.338,17 euro op.