Antwoorden 30%-regeling: kortere looptijd, salarisnorm, ETK

Staatssecretaris Snel van Financiën beantwoordt Kamervragen over de kabinetsreactie op de evaluatie van de 30%-regeling. Hij gaat onder meer in op de extraterritoriale kosten (ETK), specifieke deskundigheid, 150-kilometergrens en de verkorting van de looptijd van acht naar vijf jaar.

Delen:

Het kabinet staat achter de drie geformuleerde doelstellingen van de 30%-regeling, te weten:

  1. het aantrekken van werknemers uit het buitenland met een specifieke deskundigheid die in Nederland niet of schaars aanwezig is;
  2. het leveren van een bijdrage aan het aantrekkelijk en competitief houden van het Nederlandse vestigingsklimaat;
  3. het verminderen van de administratieve lasten voor werkgevers en werknemers.

Dialogic concludeert in de evaluatie van de 30%-regeling dat de regeling doeltreffend is wat betreft deze doelen.

Zie Evaluatie 30%-regeling – is regeling voor werknemers uit buitenland effectief?

Doelmatig en doeltreffend

Dialogic constateert dat de Nederlandse 30%-regeling een doeltreffende en doelmatige regeling is. De evaluatie bevat ook een aantal aanbevelingen dat naar inschatting van het onderzoeksbureau een positief effect heeft op de doeltreffendheid of doelmatigheid van de regeling. Een van deze aanbevelingen is het verkorten van de looptijd van de 30%-regeling van acht naar vijf of zes jaar. In overeenstemming met deze aanbeveling is in het regeerakkoord opgenomen dat de looptijd van de 30%-regeling wordt verkort tot vijf jaar.

De 30%- regeling is een regeling met heldere voorwaarden. Werkgevers en werknemers weten vooraf waaraan zij toe zijn en de 30%-regeling leidt in de praktijk tot weinig discussie met de Belastingdienst. De 30%-regeling is voor de Belastingdienst relatief gemakkelijk uit te voeren. De regeling is voor een deel van de werkgevers een relevante factor binnen het Nederlandse vestigingsklimaat.

Uit de evaluatie blijkt dat de kracht van de 30%-regeling voor een belangrijk deel zit in de eenvoud en de begrijpelijkheid van de regeling. Het invoeren van een plafond of een lager forfait boven een bepaald inkomen of voor hogere inkomens wringt naar verwachting met de eerste doelstelling van de regeling, namelijk het aantrekken van op de Nederlandse arbeidsmarkt schaarse werknemers met een specifieke deskundigheid. Een maximering leidt per definitie tot een meer complexe en lastiger uitvoerbare regeling en tot hogere administratieve lasten. Daarom wil het kabinet alleen een verkorting van de maximale looptijd van de 30%-regeling.

Zie Looptijd 30%-regeling verkort naar vijf jaar per 2019

Looptijd verkorten

Uit de evaluatie blijkt dat een verkorting van de looptijd van acht jaar tot vijf jaar zorgt voor een hogere doelmatigheid van de 30%-regeling, terwijl de doeltreffendheid nauwelijks wordt beperkt. Daarnaast blijkt dat circa 80% van de werknemers de regeling niet langer dan 5 jaar gebruikt. Van de circa 20% die de regeling wel langer dan 5 jaar gebruikt, vestigt een substantieel deel zich niet tijdelijk, maar langdurig in Nederland. Bovendien geldt in de ons omringende landen met vergelijkbare regelingen vrijwel overal een looptijd van 5 jaar.

Een periode van vijf jaar past beter bij de huidige praktijk en de huidige inzichten over tijdelijkheid en sluit aan bij de periode die andere landen met een vergelijkbare regeling hanteren. In overeenstemming met de aanbeveling van Dialogic is in het regeerakkoord opgenomen dat de looptijd van de 30%-regeling wordt verkort tot vijf jaar. In de schriftelijke commentaren wordt door de verschillende veldpartijen aandacht besteed aan de mogelijkheid om de looptijd van de regeling te beperken. Daarbij wordt het verkorten van de looptijd gezien als “minst bezwaarlijke” maatregel.

Zie 30%-regeling behouden, wijzigen of afschaffen?

Extraterritoriale kosten

Extraterritoriale kosten (ETK) zijn in de wet gedefinieerd als extra kosten van tijdelijk verblijf buiten het land van herkomst in het kader van de dienstbetrekking. Mogelijke extra inkomsten ten opzichte van het land van herkomst maken hiervan geen deel uit. De vergoeding voor ETK is een gerichte vrijstelling. Over vergoedingen die gericht zijn vrijgesteld zijn geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd. Indien een werknemer in Nederland is verzekerd en het loon (exclusief vergoeding voor ETK) van deze werknemer lager is dan het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen, kan de vergoeding voor ETK leiden tot een premievoordeel voor de werkgevers.

Het evaluatierapport constateert dat gemiddeld genomen de hoogte van het forfait passend is bij de werkelijke extraterritoriale kosten (ETK). Dialogic schat in dat de werkelijke ETK voor een werknemer gemiddeld 29% van de grondslag zijn; dit is dus in lijn met het forfait (30%).

In de kabinetsreactie is echter ook aangegeven dat er grote verschillen bestaan tussen de gebruikers. Volgens het door Dialogic ontwikkelde model hebben werknemers met een brutoloon exclusief vergoeding onder de € 25.000 gemiddeld genomen ETK ter grootte van 46% van de grondslag.

Bij werknemers met een brutoloon exclusief vergoeding van meer dan € 100.000 zijn de ETK naar schatting gemiddeld slechts 6% van de grondslag. Bij werknemers met hoge inkomens wordt om die reden relatief sterk(er) van het forfait geprofiteerd.

Volgens Dialogic is het forfait voor circa 14% van de gebruikers te krap, voor circa 48% van de gebruikers te ruim en voor circa 38% van de gebruikers in lijn met de ETK.

Het feit dat het forfait voor een groep te ruim is en voor een andere groep te krap, is een inherent gevolg van het hanteren van een generiek forfait van 30%. Uit het evaluatierapport blijkt echter ook dat het gebruik van een forfait eenvoudig, transparant en voorspelbaar is voor zowel werkgevers als werknemers.

Extra huisvestingskosten

Als de 30%-regeling wordt toegepast, bestaat niet de mogelijkheid om daarnaast de werkelijke extra huisvestingskosten onbelast te vergoeden. De vergoeding op basis van de 30%- regeling wordt geacht mede de extra huisvestingskosten te dekken. Er lijkt daarom weinig noodzaak voor werkgevers om hun werknemers naast de vergoeding op basis van de 30%-regeling ook een aanvullende tegemoetkoming voor huisvesting te betalen. Deze aanvullende tegemoetkoming zal belast zijn.

Administratieve lasten

Eén van de doelstellingen van de 30%-regeling is het verminderen van de administratieve lasten voor werkgevers en werknemers. Dialogic constateert in zijn rapport dat de 30%-regeling doeltreffend is met betrekking tot het doel om de administratieve lasten te reduceren. De 30%-regeling heeft relatief weinig administratieve lasten. Dit wordt bereikt door de bewijsregel en het bijbehorende forfait van de regeling.

De administratieve lasten die toch nog worden ervaren door de werkgevers en de werknemers houden verband met het indienen van de aanvraag voor de 30%-regeling en de daarvoor benodigde informatie en documentatie. Uit het evaluatierapport blijkt dat gebruikers van de 30%-regeling zeer tevreden zijn met de administratieve afhandeling rondom de 30%-regeling. De staatssecretaris ziet dan ook geen mogelijkheden om de al zeer beperkte administratieve lasten verder te beperken.

Specifieke deskundigheid

Met ingang van 2012 geldt voor het bepalen van de voor toepassing van de 30%-regeling benodigde specifieke deskundigheid een salarisnorm. Een werknemer wordt verondersteld een specifieke deskundigheid te hebben indien hij een jaarloon heeft dat meer bedraagt dan € 37.296 (cijfers 2018). De salarisnorm is geïntroduceerd om duidelijkheid te scheppen en eenvoud te bereiken.

In het evaluatierapport is geconcludeerd dat de gebruiker van de 30%-regeling een specifieke deskundigheid heeft die op de Nederlandse arbeidsmarkt schaars is. Ze werken veelal in krapteberoepen en krapteberoepsgroepen. Naast vakspecifieke kennis en vaardigheden gaat het vaak ook om bedrijfs-, cultuur- of taalspecifieke kennis en vaardigheden.

150-kilometergrens

Aangenomen wordt dat een werknemer bij een afstand van niet meer dan 150 kilometer van de Nederlandse landsgrenzen slechts beperkt ETK zal hebben en dat een forfaitaire kostenvergoeding voor dergelijke kosten tot de hoogte van de 30%-regeling in deze gevallen te ruim is.

Over de 150-kilometergrens is geprocedeerd. Volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie levert de grens een indirecte discriminatie of belemmering van het vrije verkeer van werknemers op indien de 30%-regeling “systematisch aanleiding geeft tot een duidelijke overcompensatie van de werkelijk gemaakte extraterritoriale kosten”. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat niet kan worden geoordeeld dat de forfaitaire bewijsregel voor kostenvergoedingen, zoals voorzien in de 30%-regeling, systematisch leidt tot een duidelijke overcompensatie van de werkelijk gemaakte ETK.

Zie 30%-regeling: toch EU-proof?

Referentieperiode

De maximale looptijd van de 30%-regeling voor ingekomen werknemers wordt verminderd met perioden van eerdere tewerkstelling en eerder verblijf in Nederland. Sinds 2012 wordt niet meer gekeken naar de laatste tien, maar naar de laatste 25 jaar. Met de verlenging van deze termijn wordt bereikt dat Nederlandse werknemers die terugkeren naar Nederland minder snel in aanmerking komen voor de 30%-regeling.

Looptijd acht jaar

Met ingang van 2012 is de looptijd van de 30%-regeling teruggebracht tot maximaal acht jaar. Onder de oude regeling werd na zestig maanden getoetst of nog aan de voorwaarden werd voldaan. Als dat het geval was, kon de regeling nog zestig maanden worden toegepast. Voor werknemers waarvoor de eerste zestig maanden na 1 januari 2012 zijn verstreken werd op dat moment aan de nieuwe voorwaarden getoetst. Zolang aan de nieuwe voorwaarden wordt voldaan, geldt op basis van huidig overgangsrecht dat voor deze werknemers de 30%-regeling in totaal maximaal tien jaar mag worden toegepast.

Cao uitzendkrachten

In de cao voor uitzendkrachten is een bepaling opgenomen waarbij het mogelijk wordt gemaakt dat een werknemer belast loon kan ruilen voor een vergoeding voor werkelijke ETK. In die cao is ook opgenomen dat een en ander alleen mogelijk is als dat ook fiscaal toelaatbaar is. Werkgever en werknemer moeten dus nog wel aannemelijk maken dat sprake is van werkelijke, in redelijkheid gemaakte ETK die onbelast vergoed kunnen worden.

Oneerlijke concurrentie

Het kabinet wil oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden bestrijden. Dit kan zich voordoen bij gebruik van de ETK-regeling, waarbij loon wordt uitgeruild tegen een vrijgestelde vergoeding voor ETK. De aanpassing van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML) heeft het uit deze regeling voortkomende concurrentievoordeel echter aanzienlijk beperkt en zelfs voor werknemers die het minimumloon verdienen, vrijwel volledig tenietgedaan. Omdat het risico op verdringing juist aan de onderkant van de arbeidsmarkt het grootst is, heeft de aanpassing van de WML geleid tot het terugdringen van de problematiek die kan ontstaan als gevolg van de uitruil van loonbestanddelen op grond van de ETK-regeling.

Voorbehoud op beschikking

Het is gebruikelijk dat op beschikkingen 30%-regeling een voorbehoud voor toekomstige wijzingen in wet- en regelgeving staat.De staatssecretaris gaat ervan uit dat zowel de werkgever als de werknemer kennisnemen van de beschikking 30%-regeling die op hun gezamenlijk verzoek door de Belastingdienst is afgegeven. Het voorbehoud en de ingangs- en einddatum zijn opgenomen in ditzelfde document. Overigens volgt uit jurisprudentie dat duurbeschikkingen gedurende hun looptijd op grond van wetgeving kunnen worden gewijzigd, met welke mogelijkheid partijen die duurovereenkomsten sluiten rekening hebben te houden. Ook als in de duurbeschikking geen expliciet voorbehoud voor toekomstige wetswijzigingen staat.

Voordeel 30%-regeling

Dialogic constateert in het evaluatierapport dat in de praktijk de 30%-regeling op verschillende manieren wordt betrokken in salarisonderhandeling tussen de werkgever en de werknemer. Hierdoor kan het voordeel van de 30%-regeling (vrijwel) volledig bij de werkgever, (vrijwel) volledig bij de werknemer of bij zowel werkgever als werknemer neerslaan. Dit zijn afspraken die werkgevers en werknemers onderling maken en die ook tot de verantwoordelijkheid van beide partijen behoren. Uit het evaluatierapport blijkt dat er in 90 tot 95% van de gevallen een gedeeld voordeel is tussen de werknemer en werkgever. Naar inschatting van het onderzoeksbureau gaat in 5 tot 10% van de gevallen het voordeel vrijwel volledig naar de werkgever.

In 2016 werd de 30%-regeling voor circa 65.000 werknemers toegepast.

Antwoorden schriftelijk overleg kabinetsreactie 30%-regeling

Download ook de whitepaper Prinsjesdag: Fors kortere looptijd voor de 30%-regeling