20 okt 2010
Doorsturen
Afdrukken
Het spaarloon is de laatste tijd veel in het nieuws geweest in verband met de deblokkeringsmogelijkheid. Als uw organisatie nog geen spaarloonregeling heeft, maar deze wil invoeren, let dan op de voorwaarden.
Een spaarloonregeling moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
Een werknemer kan maar bij één werkgever deelnemen aan de spaarloonregeling. Als een werknemer wil sparen via de spaarloonregeling, moet worden voldaan aan de volgende twee voorwaarden:
Het is geen probleem als een werknemer van dienstbetrekking verandert binnen een zogenoemde samenhangende groep inhoudingsplichtigen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een werknemer die binnen hetzelfde concern een functie krijgt bij een nauw verbonden zustermaatschappij van zijn huidige werkgever. In dat geval kan de spaarloonregeling gewoon doorlopen.
Een werknemer mag zowel aan de spaarloon- als aan de levensloopregeling deelnemen, maar hij mag niet in hetzelfde kalenderjaar voor beide regelingen sparen. De werknemer moet dus elk jaar kiezen in welke regeling hij dat jaar wil sparen. Het is de verantwoordelijkheid van de werkgever om te controleren dat zijn werknemer in een bepaald jaar niet zowel voor de spaarloonregeling inlegt als voor de levensloopregeling.
De spaarloonregeling werkt binnen de loonbelasting als volgt. De werkgever kan zijn werknemer die wil meedoen aan de spaarloonregeling jaarlijks een bedrag aan spaarloon toekennen van maximaal € 613 (bedrag 2010). Dat maximum geldt ook voor parttimers. De toekenning van het spaarloon kan over het jaar verspreid plaatsvinden of in één keer, bijvoorbeeld bij de uitbetaling van het vakantiegeld. De werkgever moet op het spaarloon 25% eindheffing toepassen. Het spaarloon wordt niet belast bij de werknemer.
De werkgever moet het toegekende spaarloon overmaken naar een speciale geblokkeerde rekening op naam van de werknemer bij een instelling die het spaarloon beheert. Toegestane instellingen zijn aangewezen spaarbanken, spaarfondsen, handelsbanken, verzekeringsmaatschappijen, landbouwkredietinstellingen en bouwkassen en daarmee vergelijkbare rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid. Het saldo op een spaarloonrekening mag alleen bestaan uit tegoeden door inleg via een spaarloonregeling en de eventuele rente die daarop is behaald. In beginsel staat het spaarloon vier jaar vast op de geblokkeerde spaarloonrekening. De werkgever kan in zijn spaarloonregeling een langere termijn opnemen of het kabinet kan besluiten dat het spaarloon eerder vrijvalt, zoals onlangs is gebeurd.
Zolang het spaarloon op een geblokkeerde rekening blijft staan, geldt een speciale vrijstelling in box 3 van € 17.025 (bedrag 2010). De werknemer hoeft over dit deel dus geen inkomstenbelasting te betalen. Als de werknemer bij de spaarloonbeheerder een gedeblokkeerd spaarloonsaldo heeft, wordt dat saldo op de normale manier belast in box 3. Het kan voor een werknemer aantrekkelijk zijn het onlangs vrijgekomen spaarloon om deze reden geblokkeerd te laten.
De werkgever moet de desbetreffende deblokkeringsmogelijkheid wel in zijn spaarloonreglement hebben opgenomen. De werknemer mag het spaarloon uiterlijk binnen zes maanden na de bijzondere besteding opnemen. In verband met de crisis heeft de demissionaire minister van Financiën toegestaan dat het spaarloon dat in de periode vóór 1 januari 2010 is gespaard door de werknemer kan worden gedeblokkeerd.
Spaarloon kan ook bestaan uit aandelen van het bedrijf of aandelenopties of een winstaandeel op grond van een winstdelingsregeling die voldoet aan de voorwaarden van de spaarloonregeling. In deze gevallen wordt de vrijstelling van € 613 verdubbeld voor zover in aandelen wordt gespaard.
Werkneemster Maja laat op haar loon € 313 inhouden als spaarloon. Haar werkgever verstrekt voor de resterende ruimte aandelen in het bedrijf waar Maja werkt. Deze resterende ruimte is dan € 613 -/- € 313 = € 300. De ruimte mag worden verdubbeld, zodat Maja nog € 600 belastingvrij in aandelen mag ontvangen.
Het aanbieden van een spaarloonregeling kan aantrekkelijk zijn. Maar de werkgever zal dan wel aan enkele extra administratieve verplichtingen moeten voldoen. Hij moet steeds kunnen aantonen wanneer, in welke vorm, en tot welk bedrag is gespaard en welke bedragen (eventueel) binnen de termijn van vier jaar binnen het wettelijk kader zijn gedeblokkeerd. Ook als de werkgever de administratie van zijn spaarloonregeling laat uitvoeren door een derde, blijft hij verantwoordelijk voor deze bewijslast.
Bron: De SalarisAdviseur >>
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden.
Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden | Privacy Statement