04 mrt 2009
Doorsturen
Afdrukken
De vergoeding voor een mobiele telefoon die een werkgever aan een aantal werknemers ter beschikking stelde, behoort tot het loon, besliste Hof Den Bosch onlangs.
Het gaat in deze zaak om een besloten vennootschap. Deze besloten vennootschap heeft in de periode van 1 januari 1999 tot en met 31 december 2003 aan een aantal werknemers mobiele telefoons ter beschikking gesteld. De mobiele telefoons, die voor de werknemers zijn aan te merken als tweede telefoon, blijven eigendom van de besloten vennootschap. Het abonnement en de gesprekskosten worden door de besloten vennootschap betaald.
Personeelsvereniging
Voorts bestaat er bij de besloten vennootschap een personeelsvereniging (pv). Iedere werknemer van de besloten vennootschap is daarvan vanaf zijn indiensttreding automatisch lid, tenzij hij uitdrukkelijk aangeeft dit niet te willen.
De contributie aan de pv bedraagt € 3,-- per maand en wordt door de besloten vennootschap maandelijks ingehouden op het nettoloon van de werknemers. Daarnaast betaalt de besloten vennootschap zelf per werknemer een bijdrage van € 6,-- per maand aan de pv.
Vergrijp- en verzuimboetes
De inspecteur heeft de besloten vennootschap over de onderhavige periode een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen (lb/pvv) opgelegd, waarin correcties zijn begrepen met betrekking tot de verstrekking van de mobiele telefoons en met betrekking tot de door de besloten vennootschap betaalde bijdragen aan de pv. Daarnaast heeft de inspecteur heffingsrente in rekening gebracht en vergrijp- en verzuimboetes opgelegd. De besloten vennootschap heeft daartegen bezwaar en vervolgens beroep ingesteld.
In bezwaar zijn de bedragen van de naheffingsaanslag, de heffingsrente en de boetes nader vastgesteld en in beroep bij de rechtbank zijn deze bedragen aanzienlijk verminderd. Tegen de uitspraak bij de rechtbank heeft de inspecteur vervolgens hoger beroep ingesteld bij het Hof.
Ter discussie staat het antwoord op de vragen of de inspecteur terecht heeft nageheven ten aanzien van de door de besloten vennootschap aan de pv betaalde bijdragen en of het in de naheffingsaanslag begrepen bedrag met betrekking tot de aan de werknemers ter beschikking gestelde mobiele telefoons juist is vastgesteld.
Bijdragen aan personeelsvereniging
Het hof is van oordeel dat de aan de pv betaalde bijdragen geen loon in de zin van artikel 10 van de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) vormen, omdat de werknemers op het moment van deze betaling niets genieten.
Mobiele telefoons
Tussen partijen is niet (langer) in geschil dat ter zake de mobiele telefoons sprake is van loon. Zij verschillen nog slechts van mening over de vraag welk bedrag tot het loon behoort.
Van belang voor het antwoord op deze vraag is artikel 13, eerste lid van de Wet LB (tekst van 28 december 2000 tot en met 31 december 2004), dat bepaalt:
'Niet in geld genoten loon wordt in aanmerking genomen naar de waarde die daaraan in het economische verkeer kan worden toegekend, met dien verstande dat voorzover de verwerving van het loon het gebruik of verbruik daarvan meebrengt, de waarde wordt gesteld op ten hoogste het bedrag van de besparing'.
Het Hof volgt het oordeel van de rechtbank dat ter zake van de mobiele telefoons de besparingswaarde in aanmerking moet worden genomen; het Hof verwerpt de stelling van de inspecteur dat de waarde in het economisch verkeer in aanmerking moet worden genomen op grond van de bijzondere waarderingsregeling van artikel 13, lid 2, van de Wet LB in samenhang met (voor de jaren 1999 en 2000) artikel 11, lid 10, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 en (voor de jaren 2001 tot en met 2003) de artikelen 38, 39 en 40 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001. Het betreffende artikel in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990 ziet namelijk op een vaste telefoon in de woning van de werknemer. Voor het jaar 2001 geldt hetzelfde voor de artikelen 38, 39 en 40 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001.
Vanaf 2002 is (het gewijzigde) artikel 39 van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 weliswaar ook van toepassing op (de verstrekking van) een mobiele telefoon, maar in deze zaak worden de mobiele telefoons niet aan de werknemers van de besloten vennootschap verstrekt; zij hebben slechts het gebruik ervan.
Ook de stelling van de inspecteur dat op grond van artikel 31, lid 6, van de Wet LB in afwijking van artikel 13, lid 1, van de Wet LB niet naar de besparingswaarde, maar naar de waarde in het economisch verkeer moet worden gekeken, wordt door het Hof verworpen. Immers, artikel 31, lid 6, van de Wet LB geldt alleen indien sprake is van een loonheffing als eindheffing en dat is in deze zaak niet het geval.
De door de Rechtbank vastgestelde loonheffing, die is gebaseerd op door de inspecteur niet betwiste berekening van de besloten vennootschap, acht het Hof juist.
De boetes
Hoewel het Hof de boetes passend en geboden vindt, ziet zij in de overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM tussen de data van de uitspraak van het Hof en de uitspraak van de rechtbank aanleiding deze boetes te matigen.
Het Hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor wat betreft de boetebeschikkingen en bevestigt deze uitspraak voor het overige. Voorts vernietigt zij de uitspraken op bezwaar met betrekking tot de boetebeschikkingen; de boetebeschikkingen worden verminderd.
Bron: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, d.d. 06/00393 >>
© Jurisprudentie SalarisNet
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden.
Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden | Privacy Statement