06 feb 2012
Doorsturen
Afdrukken
Een weduwe ontving na het overlijden van haar man een uitkering uit een collectieve ongevallenverzekering die de werkgever had afgesloten voor zijn werknemers.
Over de uitkering had de werkgever terecht loonbelasting ingehouden, zo oordeelde de Hoge Raad.
Het ging in deze zaak om een weduwe. Haar overleden man werkte bij een werkgever die voor zijn werknemers een collectieve ongevallenverzekering had afgesloten met een dekking van 24 uur per etmaal. De werkgever betaalde de premies en ontving de uitkeringen. De echtgenoot overleed door een ongeval dat hem overkwam buiten werktijd toen hij niet aan het werk was. Daarna ontving de weduwe als erfgename de ongevallenuitkering van de oud-werkgever van haar overleden man. Op die ongevallenuitkering hield de werkgever een bedrag aan loonheffing in waarmee de weduwe het niet eens was.
Uitkering
In de wet is bepaald dat de aanspraak op uitkeringen wegens overlijden door een ongeval niet tot het loon behoort. Dit betekent dat de uitkering is belast door toepassing van de omkeerregel. De weduwe dacht dat dit alleen gold voor ongevallen die tijdens het werk waren gebeurd. De Hoge Raad volgde de uitleg van de wettekst door de weduwe niet. Bovendien bleek uit de wetsgeschiedenis dat de vrijstellingsbepaling ook ziet op aanspraken die recht geven op eenmalige uitkeringen, zoals in deze zaak het geval was. De werkgever had daarom terecht loonbelasting/premie volksverzekeringen ingehouden.
Bronnen:
• Hoge Raad, 25 november 2011, LJN: BQ6118 >>
• De SalarisAdviseur >>
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden.
Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden | Privacy Statement