06 jan 2010
Doorsturen
Afdrukken
Toepassing van eindheffingsregime bij naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen met betrekking tot illegale anonieme werkgevers is in deze zaak niet discriminatoir.
Een vennootschap onder firma (hierna: vof) exloiteert een restaurant. In de jaren 2001 en 2002 heeft zij aan twee anoniem gebleven personen zonder verblijfsvergunning loon (in natura) verstrekt. Daarop is geen loonbelasting en premie volksverzekeringen ingehouden. Nadat dit bij een boekenonderzoek is geconstateerd, heeft de inspecteur aan de vof een naheffingsaanslag loonbelasting/premie volksverzekeringen en een boete opgelegd, die hij beide in bezwaar heeft gehandhaafd. De naheffing heeft door middel van een eindheffing als bedoeld in artikel 31 van de Wet op de loonbelasting (hierna: de Wet) plaatsgevonden. De rechtbank heeft het beroep van de vof tegen de uitspraak op bezwaar gegrond verklaard en de naheffingsaanslag en de boete verminderd.
De vof heeft tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep ingesteld.
Partijen verschillen van mening over de vraag of het regime van de eindheffing terecht is toegepast. Als dat zo is, dan zijn partijen het eens over de hoogte van de naheffing.
Wordt de vraag ontkennend beantwoord, dan is in geschil of bij de toepassing van het anoniementarief van artikel 26b van de Wet sprake is van ongelijke behandeling van niet rechtmatig in Nederland verblijvende (illegale) anonieme werknemers ten opzichte van legale anonieme werknemers en of dit in strijd is met de discriminatieverboden uit de internationale belasting verdragen.
Voorts speelt de vraag of de boete terecht is opgelegd.
Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 24 september 2004, nr. 39.303, LJN: AO4778, BNB 2004/414 kan het verzoek om de regels van de eindheffing achterwege te laten niet worden gedaan indien reeds ten tijde van het uitbetalen van het loon de mogelijkheid van verhaal feitelijk en rechtens niet bestond.
Het Gerechtshof acht de vof, die de bewijslast in deze draagt, er niet geslaagd om aannemelijk te maken dat zij reeds ten tijde van het uitbetalen van het loon feitelijk en rechtens de mogelijkheid tot verhaal had; niet duidelijk is wat de vof precies met de twee werknemers heeft afgesproken omtrent de loonbetalingen.
Aan de orde is dan het beroep van de vof op de discriminatieverboden. De illegale anonieme werknemer betaalt 52 percent belasting, terwijl de legale anonieme werknemer een deel belasting en een deel premie volksverzekeringen (in totaal 52 percent0 betaalt (zie HR 8 december 2006, nr. 41.160, LJN: AW2181, BNB 2007/82). Volgens de vof is hiervoor geen objectieve rechtvaardigingsgrond aanwezig. Bovendien wordt de illegale werknemer niet in staat gesteld om de loonbelasting als voorheffing te verrekenen met de inkomstenbelasting. Nu daardoor meer belasting wordt geheven dan de materieel verschuldigde, is naar de mening van de vof sprake van strijd met het legaliteitsbeginsel.
Het Gerechtshof overweegt dat de eindheffing wordt geheven van de inhoudingsplichtige, te weten de werkgever, en niet van de werknemer. Eindheffingsbestanddelen zijn volgens artikel 3.84 van de Wet inkomstenbelasting 2001 niet onderworpen aan inkomstenbelasting en ingevolge artikel 9.2 van deze wet is de als eindheffing geheven loonbelasting niet als voorheffing verrekenbaar met de inkomstenbelasting. Er is daarom geen strijd met het legaliteitsbeginsel.
Ook van een ongelijke behandeling is geen sprake. Immers, zowel in het geval waarin de werkgever een legale anonieme werkgever in dienst neemt als in het geval waarin de werkgever een illegale anonieme werkgever in dienst neemt, moet de werkgever een heffing van 52 percent betalen, die niet als voorheffing met de inkomstenbelasting verrekenbaar is. Kortom, er is geen sprake van schending van het verdragsrechtelijk discriminatieverbod.
Het Gerechtshof acht voorts de opgelegde boete passend en geboden. Door het uitbetalen van lonen aan illegale werknemers zonder inhouding en afdracht van loonbelasting heeft de vof zich willen en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat op aangifte te weinig loonbelasting werd betaald. Daarbij past de door de inspecteur opgelegde vergrijpboete van 50 percent.
Het Gerechtshof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Bron: LJN: BK7352, Gerechtshof Arnhem, 08/00484 >>
© Jurisprudentie SalarisNet
Donderdag 23 september 2010
Beatrixtheater Jaarbeurs Utrecht
Centraal thema: Nieuwe ronde, nieuwe kansen
• Programma »
• Topsprekers »
• Inschrijven als deelnemer »
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden.
Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden | Privacy Statement