03 feb 2010
Doorsturen
Afdrukken
Een belastinginspecteur legt een naheffingsaanslag op aan een stichting die werkzaamheden laat doen door beheerders. Volgens de inspecteur gaat het om arbeid in dienstbetrekking.
De rechtbank oordeelt anders. De beheerders krijgen weliswaar een vergoeding die boven het wettelijk maximum ligt maar ze hebben geen dienstbetrekking in de zin van de wet.
Bij een stichting werken 40 vrijwilligers. Zeven daarvan hebben een functie als beheerder. Zij krijgen € 5 per uur uitbetaald voor hun werkzaamheden. De stichting merkt deze beheerders aan als vrijwilliger en heeft hen niet opgenomen in de loonadministratie en heeft ook geen loonbelasting of premies betaald over de vergoeding. Na een boekenonderzoek legt de belastinginspecteur een naheffingsaanslag op van ruim €11.000. De inspecteur meent dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst en dat de vergoedingen loon zijn. De vergoeding die de vrijwilligers kregen, lag boven het wettelijk maximum.
De vraag in deze zaak is of de beheerders in dienstbetrekking zijn.
De rechtbank verwijst eerst naar het besluit van de staatssecretaris van Financiën over de fiscale regels met betrekking tot vrijwilligers. Daarin is de maximale vergoeding bepaald op € 735 per jaar. Is de vergoeding hoger, dan moet beoordeeld worden of er sprake is van een dienstbetrekking.
De uitbetaalde vergoedingen liggen boven het wettelijk maximum en kunnen niet gezien worden als vergoeding voor gemaakte kosten. Maar er is ook geen sprake van een dienstbetrekking (Art. 7:610 BW). De werkgever was weliswaar verplicht het loon te betalen, maar er is geen verplichting om het werk persoonlijk te verrichten en er is geen sprake van een gezagsverhouding. Dit laatste is af te leiden uit onder andere het feit dat er eenmalig een uitleg is geweest over het werk, dat het werk maar een beperkt deel van de avond beslaat, en dat werkzaamheden zelfstandig zonder toezicht gedaan worden. Eenmaal per half jaar wordt er een rooster gemaakt en verder is er geen overleg meer over de inzet. Dat het werk niet persoonlijk hoeft te worden verricht, heeft de stichting ontkend. Maar de de rechtbank leidt die mogelijkheid af uit de omstandigheden. De rechtbank 'acht het niet onaannemelijk dat een beheerder ook een derde kan vragen de taken over te nemen'.
Fictieve dienstbetrekking
Er is volgens de rechtbank ook geen sprake van een fictieve dienstbetrekking zoals bedoeld in artikel 2c Uitvoeringsbesluit Loonbelasting 1964. Er is niet is aangetoond dat de beheerders op twee dagen per week werkzaam zijn. Dat leidt de rechtbank af uit de omstandigheden: de locatie was vijf avonden per week open en er waren in de periode waar het om gaat drie tot zes beheerders werkzaam. Die kunnen dan niet elk minimaal twee dagen per week gewerkt hebben.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag onterecht is opgelegd. De naheffingsaanslag wordt vernietigd en de uitspraak treedt daarvoor in de plaats.
LJN BL8098 Rechtbank Haarlem
Art. 7:610 BW, art. 2c uitvoeringsbesluit LB
Eerste aanleg
20 januari 2010
Door mr. Ingrid Kooiman
Donderdag 23 september 2010
Beatrixtheater Jaarbeurs Utrecht
Centraal thema: Nieuwe ronde, nieuwe kansen
• Programma »
• Topsprekers »
• Inschrijven als deelnemer »
Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden.
Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden | Privacy Statement