Dienstbetrekking voor fictieve thuiswerkers

06 jul 2007 Doorsturen Doorsturen AfdrukkenAfdrukken

'Thuiswerkers' die hun werk niet thuis doen, maar gewoon in de bedrijfshal, vallen niet onder de speciale regeling voor thuiswerkers. Voor hen moeten dus wel degelijk premies worden ingehouden, zo oordeelde de Centrale Raad van Beroep onlangs.


Een thuiswerker is iemand die zijn werk niet verricht in het bedrijf van de werkgever, maar thuis of op een andere plaats.


Een thuiswerker en zijn hulpen zijn in fictieve dienstbetrekking als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
• de arbeid wordt persoonlijk verricht;
• het bruto-inkomen voor de arbeid bedraagt doorgaans over een maand ten minste 2/5 van het wettelijk minimumloon per maand;
• de arbeidsverhouding is aangegaan voor onbepaalde tijd of voor ten minste één maand. Hierbij kan het ook gaan om twee arbeidsverhoudingen met dezelfde opdrachtgever die elkaar binnen een maand opvolgen en die samen ten minste een maand duren. Een maand is voor deze regeling een aaneengesloten tijdvak van dertig dagen.


Fictieve thuiswerkers
In de zaak die de Centrale Raad van Beroep onlangs behandelde, ging het om een werkgever die zich bezig hield met de opslag en bewerking van goederen. Het verpakken, sealen en stickeren liet hij graag over aan thuiswerkers.


Maar na een boekenonderzoek bleek dat betalingen aan personen die de werkzaamheden in de bedrijfspanden van de werkgever verrichtten, in de administratie ook werden verantwoord onder de post 'thuiswerk'. En dat over deze betalingen geen premies werknemersverzekeringen werden afgedragen. Deze personen werden aangeduid als ‘fictieve thuiswerkers’, maar de inspecteur was van mening dat het ging om gewone werknemers die in dienstbetrekking waren. Hij legde een correctienota op, waar de Centrale Raad zich uiteindelijk over moest buigen.


Oproepkrachten
De Raad oordeelde dat er eigenlijk geen sprake was van fictieve thuiswerkers, maar van oproepkrachten. Telkens wanneer de thuiswerkers aan een oproep gehoor gaven, waren zij gehouden de werkzaamheden persoonlijk te verrichten onder gezag van de werkgever. Omdat zij ook voor hun werkzaamheden werden betaald, was aan alle drie de voorwaarden voldaan voor het aannemen van een echte dienstbetrekking. De premienota was dus terecht opgelegd.  


Bron: Centrale Raad van Beroep, 26 april 2007, nr. 06/2591 ALGEM | De SalarisAdviseur



 



CAO Research

CAOresearch De CAO databank voor de professional

  • Vrijwel alle CAO's
  • ALLE informatie uit de CAO's
  • Historie tot 10 jaar terug

Deze maand in Elsevier SalarisMagazine

Interesse om het vakblad eens te proberen?
Reed Business

Reed Business bv. Auteursrecht voorbehouden.

Op gebruik van deze site zijn de volgende regelingen van toepassing: Gebruiksvoorwaarden | Privacy Statement